De supportersvereniging
De supportersvereniging van Feijenoord begon in 1931 met een protest tegen het eigen clubbestuur. Bijna een eeuw later bestaat ze nog, als FSV De Feijenoorder: van extra treinen en een schip naar Lissabon tot de spandoeken in De Kuip.
Protest in De Spil

In april 1931 werd Feijenoord afdelingskampioen. Kort daarna besloot het bestuur de thuiswedstrijden in de kampioenscompetitie, en vooral die tegen Ajax, niet aan de Kromme Zandweg te spelen maar op het terrein van Sparta in Spangen. Het eigen veld was te klein voor zo’n wedstrijd. Voor de vaste aanhang kwam dat volgens het Rotterdamsch Nieuwsblad aan ‘als een koude douche’.
Op maandag 20 april 1931 belegde een actiecomité van supporters een protestvergadering in de bovenzaal van De Spil, het vaste café van de club aan de Dordtsestraatweg. Er kwamen zoveel mensen dat er twee vergaderingen achter elkaar moesten worden gehouden. Spreker J. van der Gevel vond dat het Sparta-publiek op Spangen de Feijenoord-spelers uit hun spel haalde, en dat de club zo het kampioenschap zou verspelen. Niet iedereen was het met hem eens: oud-bestuurslid Mosterdijk wees erop dat de toeschouwers op Spangen tenminste rustig de wedstrijd konden zien. Een motie werd met grote meerderheid aangenomen. Als het bestuur zijn besluit niet terugdraaide, zouden de supporters de overige kampioenswedstrijden niet bezoeken.
Het bestuur antwoordde niet, en ook bij een tweede vergadering, een week later in De Harmonie aan de Gaesbeekstraat, was niemand van de club aanwezig. Volgens Van der Gevel had een bestuurslid gezegd dat men ‘met het stelletje menschen, dat des Zondags over het lijntje hangt’ niets te maken wilde hebben.
Opgericht op 3 mei 1931
Uit dat actiecomité ontstond een vereniging. Op zondag 3 mei 1931 werd de Supportersvereeniging Feijenoord opgericht, met in het begin zo’n tweehonderd leden. Van der Gevel werd voorzitter, C. de Swart secretaris, en H. van Woerkom tweede penningmeester. Van de boycot kwam weinig terecht. Een week na de oprichting kwamen er 22.000 mensen naar Spangen, en Feijenoord won daar met 5-2 van Ajax. In september meldde het Rotterdamsch Nieuwsblad dat ook Xerxes nu een supportersvereniging had, ‘evenals Sparta, Feijenoord en zoovele andere clubs’.
Een vaste kracht
Het verzet maakte plaats voor samenwerking. Toen Feijenoord in februari 1933 met een zege bij Blauw-Wit afdelingskampioen werd, nam het elftal een krans van de supportersvereniging mee terug uit Amsterdam. Na de vijftigste interland van Puck van Heel in januari 1936 hield de vereniging een ere-avond voor hem in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, waar voorzitter A. van Woerkom hem toesprak. Bij het huwelijk van Manus Vrauwdeunt in 1937 waren de supporters er ook, en voor grote uitwedstrijden liet de vereniging extra treinen rijden tegen verlaagd tarief, zoals in januari 1939 vanaf station Maas naar Ajax.
Een landelijke bond
In de zomer van 1938 nam Feijenoord het voortouw in het hele land. Op 31 juli kwamen in Hotel Noord-Brabant in Utrecht vertegenwoordigers van zo’n twintig supportersverenigingen bijeen om een eigen bond op te richten, onder leiding van Van Woerkom. De bond wilde de kennis van de spelregels verbreiden en kortingen regelen op toegangsbewijzen en reizen. In mei 1940 organiseerde de supportersvereniging samen met de club het afscheid van Puck van Heel in Odeon, waar Van Woerkom namens de supporters een bloemenmand in de clubkleuren aanbood.
Zilver
In mei 1956 vierde de vereniging haar zilveren jubileum in de zaal van het stadion. Voorzitter Kieboom van Feijenoord kwam het bestuur, onder leiding van J.F.W. Torcqué, persoonlijk feliciteren en bood een schrijfmachine aan. ‘Men moet bij Feijenoord over sterke zenuwen beschikken om er mee op te trekken,’ zei hij, en hij was dankbaar dat er altijd zo’n groot gilde klaarstond om de verre reizen mee te maken. Vijfentwintig jaar eerder wilde het bestuur nog niets met dat ‘stelletje menschen’ te maken hebben. Op het feest spraken vertegenwoordigers van supportersverenigingen uit het hele land, van De Volewijckers tot Eindhoven.
Met de Waterman naar Lissabon

Met de Europa Cup kwamen de grote reizen. Voor de wedstrijd tegen Vasas in Boedapest, in november 1962, wilde de vereniging een bustocht van vijf dagen organiseren, maar daarvoor was te weinig belangstelling; zo’n 150 supporters vlogen vanaf Zestienhoven. Een half jaar later was het anders. Voor de halve finale tegen Benfica in Lissabon, in mei 1963, verwachtte de vereniging tweeduizend Nederlanders. Ze charterde twee vliegtuigen en een schip, de Waterman, waarvoor al ruim vierhonderd kaarten waren verkocht. Rond die reis ontstond het beeld van het Legioen dat Feijenoord overal achterna reist.
Geen enkel kaartje
Al tientallen jaren regelde niet de club, maar de supportersvereniging de kaarten voor wie meeging naar uitwedstrijden. In oktober 1966 vroeg secretaris Van Wees bij Ajax om 5000 plaatsen voor de Klassieker in De Meer. Hij kreeg er geen enkele. Ajax-voorzitter Jaap van Praag had nog gesproken over een stuk of vijftig, maar uiteindelijk ging er niet één kaart naar Rotterdam, ook niet naar de club zelf. Van Wees stuurde een aangetekende brief om het ‘zwart op wit’ te hebben.
De aanhang groeide ook buiten Rotterdam. Toen Xerxes/DHC in 1968 het betaald voetbal verliet, kwamen er in Delft plannen voor een eigen afdeling van de supportersvereniging, en na de zege op AC Milan in de Europa Cup I van 1969/70 werd in Milaan zelfs een Club Amici del Feijenoord opgericht. In 1972 begon de vereniging de actie ‘Cadeau voor Coen’, om Coen Moulijn bij zijn afscheid een geschenk van de supporters aan te bieden.
Vak S
In de jaren zeventig kwam er een ander soort aanhang op. In 1975 zocht de vereniging naar manieren om het geweld rond de velden te beteugelen, en nodigde ze leden van de supportersverenigingen van andere clubs uit voor een reis naar York, om ‘eens te laten zien dat we ons in het buitenland wel fatsoenlijk kunnen gedragen’. In oktober 1978 werd een trein naar Venlo vernield. Voorzitter Jan van der Schoor wees naar een groep die zich het ‘Fighting Squadron van Vak S’ noemde, en zei dat zijn leden niet met de trein naar uitwedstrijden reisden.

Een jaar later probeerde de vereniging het anders. Uit Vak S zelf werden begeleidingsteams gekozen, er kwamen identiteitspasjes, en voor uitwedstrijden ging een speciale Feyenoord-Express rijden, met kaarten in rood-wit die de vereniging met korting verkocht. Voor de eerste rit, naar Vitesse in oktober 1979, werden er maar honderd verkocht. Het bleef moeizaam. Na een boottocht naar Aberdeen in 1987, waarbij voor tienduizend gulden schade werd aangericht, kondigde secretaris Erik Vorsten een zwarte lijst aan van supporters die niet meer mee mochten. Over die jaren gaat ook het verhaal over de harde kern.
Onrust
Ook binnen de vereniging ging het niet altijd rustig. In 1981 kwam een groep ‘verontruste supporters’ in actie tegen het clubbestuur en voorzitter Guus Couwenberg, en in 1982 bleek na een bestuurswissel dat er geld uit de kas ontbrak. In maart 1983 zamelde de vereniging zo’n 11.000 handtekeningen in voor het aanblijven van trainer Hans Kraay. Voorzitter Tanny Wolff, die achter het clubbestuur stond, trad daarop af. Een half jaar later stapte in Zeeland een groep leden op uit een andere supportersclub, de Vrienden van Feyenoord, omdat ze het racisme in de bussen niet langer pikten; ze richtten een eigen vereniging op.
In 1984 had de supportersvereniging zo’n 3000 leden, volgens de NRC veruit de grootste van Nederland. Voorzitter Richard van Stratum klaagde dat het clubbestuur nooit met de supporters over het beleid praatte, en dat er op supportersavonden geen enkele speler van het eerste kwam.
De Feijenoorder
Daarna groeide de vereniging snel. Bij een tentoonstelling over Feyenoord in de Kunsthal in 1994 werd het ledental op ruim 25.000 gezet. Op 3 december 2016 werd bij de notaris een fusie vastgelegd: de Vereniging De Feyenoorder ging op in de Feijenoord Supportersvereniging, waarvan alle leden lid werden, en tegelijk werden de statuten gewijzigd. Sindsdien heet de vereniging FSV De Feijenoorder, dezelfde naam als het oude clubblad, en ze houdt 3 mei 1931 nog altijd aan als haar oprichtingsdatum. Ze is onafhankelijk van de club en organiseert en financiert een groot deel van de sfeeracties in De Kuip. In mei 2023 haalde een inzamelingsactie in een paar dagen ruim anderhalve ton op, voor een groot spandoek bij de kampioenswedstrijd tegen Go Ahead Eagles en een betere werkplaats om spandoeken te maken. Over de reisverenigingen van vóór 1931 gaat De eerste supporters.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.