Bijlage bij het verhaal van Feyenoord · 1932–1970

Hoe het Legioen zijn naam kreeg

Tegenwoordig weet iedereen wie er met het Legioen wordt bedoeld. Maar het woord was eerst van de supporters van het Nederlands elftal. Pas na de oorlog schoven de kranten het langzaam door naar het publiek van Feijenoord.

Een erenaam van het Nederlands elftal

Feyenoord-supporters met het spandoek ‘Feyenoord op naar Wembley’ rond de Europa Cup-wedstrijd tegen Stade de Reims, 6 februari 1963. Foto: Eric Koch / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)
Feyenoord-supporters met het spandoek ‘Feyenoord op naar Wembley’ rond de Europa Cup-wedstrijd tegen Stade de Reims, 6 februari 1963. Foto: Eric Koch / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)

In de jaren twintig trokken grote groepen Nederlanders mee naar de interlands in Deurne, bij Antwerpen, en in Colombes, bij Parijs. Die meegereisde aanhang van het Nederlands elftal heette in de kranten ‘het legioen’. Dat was een erenaam, en een journalist van De Courant gebruikte het woord in mei 1932 dan ook met tegenzin. Het stadion was niet vol, en dus telde het legioen ‘deserteurs’. Eigenlijk verdiende die massa de ‘eeretitel van Colombes en Deurne’ niet meer, vond hij.

In maart 1937 kwam het legioen naar Rotterdam. Het nieuwe stadion van Feijenoord werd geopend met Nederland – België, en het Algemeen Handelsblad kopte ‘Het legioen trekt op’. Het Rotterdamsch Nieuwsblad schreef dat het stadion ‘het legioen der 65000’ riep. Ook bij Nederland – België in november 1949 telde het legioen in De Kuip volgens Het Binnenhof vijfenzestigduizend man. Steeds ging het om het publiek van Oranje, niet om dat van de club.

Het publiek van Feijenoord

Na de oorlog gingen sportjournalisten het woord ook gebruiken voor de toeschouwers van een gewone clubwedstrijd. Toen Feijenoord in februari 1948 Excelsior met 3-1 versloeg, schreef de Volkskrant dat ‘het legioen van 30.000’ vooral de indrukken ‘ruw’ en ‘slecht’ mee naar huis nam. Het Rotterdamsch Parool deed het in de jaren vijftig vaak, en zette het woord soms extra aan: nu de interland tegen Luxemburg achter de rug was, was het stadion in maart 1957 weer klaar om ‘het’ legioen te ontvangen, voor de wedstrijd tegen NOAD (5-2). Het legioen kon ook boos worden. Na de nederlaag tegen BVV in mei 1958 (2-4) floot en joelde ‘het legioen’ zijn eigen elftal uit.

De supporters waren toen al georganiseerd. In mei 1956 vierde de supportersvereniging Feijenoord haar zilveren jubileum, en voorzitter Kieboom huldigde het bestuur van ‘het legioen’ met een nieuwe schrijfmachine. Hij was blij dat er altijd een grote groep klaarstond om met de spelers de verre reizen te maken. ‘Hoe ouder je wordt, hoe gekker je met je club gaat worden,’ zei hij, en hij noemde dat ‘een soort delirium van goedaardige aanleg’.

Antwerpen en Parijs

Bussen met Feyenoord-supporters bij de Jongkindstraat in Rotterdam, klaar voor vertrek naar Antwerpen, 12 december 1962. Foto: Eric Koch / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)
Bussen met Feyenoord-supporters bij de Jongkindstraat in Rotterdam, klaar voor vertrek naar Antwerpen, 12 december 1962. Foto: Eric Koch / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)

De grote doorbraak kwam met de eerste Europese avonturen. In december 1962 moest Feijenoord een beslissingswedstrijd spelen tegen Vasas Boedapest in Antwerpen. Met rijen bussen trokken Rotterdammers naar België, en Feijenoord won met 1-0. Hoe het publiek daar tekeer was gegaan, bleef niet onopgemerkt. Voor de kwartfinale in Parijs tegen Stade de Reims stelde de Franse voetbalbond maar duizend kaartjes beschikbaar. ‘Reims wil geen R’dams legioen,’ kopte Het Vrije Volk in januari 1963. De Fransen zeiden dat ze in Parijs niet zoiets wilden meemaken als in Antwerpen. Vliegtuigen, treinen en bussen waren al geregeld, en de KNVB stuurde telegrammen naar Parijs om meer kaarten te krijgen.

Feijenoord won in Parijs met 0-1. In de return in De Kuip zaten 64.000 toeschouwers, en De Telegraaf schreef dat Feijenoord ‘door dit legioen’ niet kon verliezen. Het werd 1-1, genoeg voor de halve finale. Bij een foto in de Nieuwe Tilburgsche Courant stond dat Piet Kruiver scoorde ‘tot grote vreugde van het legioen’. Op de dag van die return had De Waarheid het al over ‘het Feijenoord Legioen’, dat in Antwerpen zijn club tot grote daden had aangezet.

Met een hoofdletter

‘Feyenoord niet vrezen, in Londen willen we ook wezen’: spandoeken in De Kuip bij Feijenoord – Benfica (0-0), 10 april 1963. Foto: Harry Pot / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)
‘Feyenoord niet vrezen, in Londen willen we ook wezen’: spandoeken in De Kuip bij Feijenoord – Benfica (0-0), 10 april 1963. Foto: Harry Pot / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)

In de tweede helft van de jaren zestig verscheen het woord steeds vaker met een hoofdletter. Het was geen beschrijving van een menigte meer, het was een naam. Toen Feijenoord in 1970 de finale van de Europa Cup I haalde, schreef het Algemeen Dagblad dat ‘het Legioen’ zich opmaakte voor Milaan, waarvoor de club 15.500 kaarten kreeg. Op de dag van de finale meldde De Telegraaf dat het ‘Legioen in Milaan (nog) rustig en ordelijk’ was, en Het Vrije Volk zette ‘het Feijenoord-legioen’ voor de Dom op de foto. Die avond won Feijenoord van Celtic met 2-1.

Sindsdien is het Legioen in Rotterdam een eigennaam. Wat de supporters daarna allemaal met die naam deden, staat in de verhalen over de sfeer in De Kuip en Feyenoord op reis.

Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.

Het grotere verhaal

Lees verder in de geschiedenis

BeeldarchiefFoto’s