Hoofdstuk 2 · Eerste kampioenschappen · 1918–1932

De eerste supporters

Een reisvereniging voor wie ‘er gesjochten voorzat’, een bloemenmand voor de aanvoerder en een extra trein naar Amsterdam: hoe de aanhang van Feijenoord zich in de jaren twintig begon te organiseren.

De Eerste Rotterdamsche Reisvereeniging

Juichende Rotterdamse voetballiefhebbers op Spangen bij Nederland – België (3-1) tijdens de Olympische Spelen, 5 juni 1928. Fotograaf onbekend, collectie Spaarnestad (publiek domein, via Wikimedia Commons)
Juichende Rotterdamse voetballiefhebbers op Spangen bij Nederland – België (3-1) tijdens de Olympische Spelen, 5 juni 1928. Fotograaf onbekend, collectie Spaarnestad (publiek domein, via Wikimedia Commons)

In maart 1918 stond Feijenoord voor uitwedstrijden in Amsterdam, en het clubblad De Feijenoorder meldde met zichtbaar plezier dat er een vereniging was opgericht ‘die den wijdschen naam van Eerste Rotterdamsche Reisvereeniging draagt’. Het doel volgens artikel 1 van de statuten: leden die ‘tengevolge van de benarde tijdsomstandigheden er gesjochten voorzitten’ door samen te sparen de kans geven met het eerste elftal mee op reis te gaan, ‘teneinde voor de noodige aanmoedigingen zorg te dragen’. ‘Je zou er een lijstje om koopen,’ schreef de redacteur.

Het was midden in de Eerste Wereldoorlog, en een treinreis naar Amsterdam was voor veel jongens uit Feijenoord en Charlois een flinke uitgave. De eerste grote reis stond gepland voor zondag 17 maart, naar AFC. Of de meegereisde aanmoedigingen hielpen, is de vraag: Feijenoord verloor met 5-1.

Feijenoord’s Vrienden

Tien jaar later had de aanhang een eigen, vaste reisvereniging: Feijenoord’s Vrienden. Begin jaren dertig zat die in een café-biljart aan de Pretorialaan, waar je voor en na de wedstrijd terechtkon en waar ook ‘vroegtijdige voetbaluitslagen’ binnenkwamen. Toen Feijenoord in 1927 afdelingskampioen werd, was de voorzitter een van de sprekers op het feestdiner. Hij ‘sprak over 100.000 aanhangers alsof het niets is’, noteerde het clubblad droog, en bood aanvoerder Kees Pijl een bloemenmand in rood en wit aan. Kort daarna vroeg de secretaris van de vereniging het bestuur om een gesprek over een beker die de supporters wilden uitloven.

Supporters en ‘insiders’

Niet iedereen bij de club was even blij met die luidruchtige aanhang. In juli 1928 schreef een lid onder de kop ‘Supporters-epidemie’ een fel pleidooi voor de supporters. Veel van hen hadden de club volgens hem al gesteund ‘in de baby-jaren’, toen er nog op ‘een glibberig en ongeeffend veldje’ werd gespeeld, terwijl sommige ‘insiders’ pas lid waren geworden toen het goed ging. Dat supporters wel eens te hard floten of een scheidsrechter van partijdigheid beschuldigden, vond hij niet zo erg: ‘Laat het publiek zich om een voetbalveld maar uitvieren! Laat dat maar spontaan gebeuren!’ Wie de supporters goede raad wilde geven, kon volgens hem beter eerst zelf donateur worden van Feijenoord’s Vrienden.

Met de extra trein

Begin jaren dertig organiseerde de club zelf het vervoer naar de grote uitwedstrijden. Voor Ajax – Feijenoord in de kampioenscompetitie, op woensdagavond 3 juni 1931, liet Feijenoord een extra trein rijden, die om vijf uur ’s middags van station Delftsche Poort vertrok. Inschrijven kon bij Kees Pijl, aan de Beijerlandschelaan. Het werd 2-2. De kroniekschrijver van het clubblad maakte er een grap van: de spoorwegen zouden het voortaan verbieden ‘om roode verf van schedels te verwijderen met handdoeken en gordijntjes uit de treincoupé’s’.

De supporters die in de jaren twintig met de reisvereniging meegingen, stonden aan het begin van een lange traditie. Hoe het publiek later De Kuip vulde, staat in Sfeer in De Kuip.

Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.

Het grotere verhaal

Lees verder in de geschiedenis

BeeldarchiefFoto’s