In de kampioenscompetitie van 1931 trof Feijenoord op het Sparta-terrein het 'roemruchte' Ajax, voor zo'n 22.000 toeschouwers. Ajax begon sterk met goed samenspel, en na elf minuten mistte back Bul de bal. Mulders snelde op Van Male af, en de doelman hield zijn harde schuiver niet vast, waarna Van Reenen binnenwerkte (0-1).
Toen legde de Feijenoord-middenlinie met Van Heel aan het hoofd er een schepje bovenop. Feijenoord nam het initiatief over, en voor rust zorgden Duijnhouwer en Groenendijk voor een 2-1 voorsprong, al was een gelijke stand op dat moment volgens de Volkskrant verdiend geweest.
Na de hervatting was Feijenoord voortdurend in de aanval en had Ajax weinig meer te vertellen. Barendregt vergrootte de voorsprong, Van Kol deed uit een strafschop iets terug (3-2), maar Duijnhouwer en Barendregt bepaalden de eindstand op 5-2. Wie luidruchtig voor Ajax was gekomen, verliet stil het terrein.
Van Heel, die als midhalf speelde, was de ster van de middag.
Bron: eigen verslag op basis van De Tijd en de Volkskrant van 11 mei 1931 (Delpher).

