Ome Sjaak Barzilay
Toen het Afrikaanderplein in 1917 werd omgespit, bood een Rotterdamse koopman Feijenoord een eigen veld aan. Veertig jaar lang bleef Jac. Barzilay de club trouw, als eigenaar van het terrein, als erelid en als vaste bezoeker.
Een veld voor een club zonder veld

In het voorjaar van 1917 had Feijenoord geen speelveld meer. Door de voedselnood in de Eerste Wereldoorlog werd het Afrikaanderplein omgespit voor volkstuintjes, en de beslissende wedstrijden om promotie moest de club bij Xerxes spelen, aan de andere kant van de stad. Toen bood Jac. Barzilay, een koopman van de linker Maasoever, een stuk grond aan de Kromme Zandweg aan.
Volgens het clubblad had bestuurslid J. M. Weber hem overgehaald. Twintig jaar later schreef de administrateur dat Barzilay ‘zonder enige garantie’ een bedrag beschikbaar had gesteld, ‘waar we toen van rilden en beefden’. Het terrein hielp meteen. Secretaris J. D. van Bennekum stuurde binnen vier dagen foto’s van het nieuwe veld naar de bond, om te laten zien dat Feijenoord klaar was voor een hogere klasse, en de promotie werd toegekend.
Een zilveren beker
Op zondag 26 augustus 1917 werd het sportpark aan de Kromme Zandweg geopend met een wedstrijd tegen Be Quick uit Zutphen, die met 2-3 verloren ging. Commissaris Weber huldigde in zijn toespraak ‘den eigenaar van het veld’, aan wie de vereniging het terrein eigenlijk te danken had, en bood hem namens de club een zilveren beker met inscriptie aan.
Een jaar later werd Barzilay, samen met de vertrekkende bestuursleden Van Zandvliet en Levasier, benoemd tot lid van verdienste. In de jaren dertig stond hij met H. J. van Esch te boek als erelid. Toen een jubileumboekje in 1932 hun namen vergat, bood het bestuur in het clubblad zijn excuses aan, in de hoop dat ‘de heeren dit als een vergissing zullen willen aannemen’.
Altijd in de buurt
Het terrein werd eind jaren twintig eigendom van de club, maar Barzilay bleef dichtbij. Toen het elftal in 1931 met de trein naar Parijs vertrok, reisde hij mee tot Brussel en nam daar met een succeswens afscheid. Bij kampioensfeesten en jubilea stonden zijn bloemen tussen die van Sparta, Excelsior en de supportersvereniging.
In maart 1937 verhuisde Feijenoord naar het nieuwe stadion. In het clubblad keek de administrateur nog één keer terug op de Kromme Zandweg, ‘ons eerste eigen huis’, en sprak hij Barzilay direct aan: ‘Wel, Ome Sjaak, hebt gij plezier van dit partijtje voetbal?’ Volgens Het Rotterdamsch Parool speelde Barzilay ook bij de bouw van De Kuip een belangrijke rol.
Dertien cent handelsgeld
In oktober 1946 werd ‘de ouwe heer Barzilay’ zeventig. Het clubblad schreef dat hij nog trouw de wedstrijden bezocht, en wenste hem toe dat hij de honderd zou halen. Tien jaar later vierde hij zijn tachtigste verjaardag met een drukke receptie in hotel Atlanta. Hij overleed op 28 februari 1957 en werd op 2 maart begraven op de Zuiderbegraafplaats.
Het Rotterdamsch Parool schreef bij zijn dood dat hij ooit was begonnen met dertien cent handelsgeld, en dat zijn zaak was uitgegroeid tot een handels- en scheepvaartmaatschappij. ‘Speciaal de voetbalclub Feijenoord heeft veel aan wijlen de heer Barzilay te danken gehad.’
Twee spellingen
In het clubblad en de kranten heet hij Jac., Jacques of J. Barzilay. Zijn familie schrijft Barzilaij. Zijn kleinzoon Michael Barzilaij verzamelde de familieverhalen in het boek Ome Sjaak Barzilaij – Godfather van Feyenoord (2025).
Heb jij foto’s of verhalen over Barzilay en het veld aan de Kromme Zandweg? Laat het weten.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.
Lees verder in de geschiedenis
- Hoofdstuk 2 · 1917–1930Eerste kampioenschappenDe opmars naar de hoogste klasse en de eerste grote successen.
- Hoofdstuk 3 · 1930–1939Gouden jaren dertigEen groeiende club, nieuwe successen en de ontwikkeling van De Kuip.
- Hoofdstuk 4 · 1939–1945Tijdens de oorlogFeyenoord en Rotterdam tijdens de bezettingsjaren.
- Hoofdstuk 5 · 1945–1959De magere jarenDe wederopbouw en de jaren vóór de grote doorbraak.