De familie Barendregt
Een terreinknecht die in het clubgebouw woonde, een moeder die in de rust thee schonk, zonen die het veld bijhielden en een neef die voor Oranje speelde: ruim dertig jaar was de familie Barendregt bijna onlosmakelijk met Feijenoord verbonden.
Wonen bij het veld

Rond 1919 kwam de familie Barendregt in contact met Feijenoord. Vader Inge Barendregt, in 1879 geboren in Barendrecht, werd de vaste terreinknecht van het nieuwe veld aan de Kromme Zandweg. In het clubblad stond hij jarenlang als ‘terreinchef’ vermeld, met als adres het clubgebouw aan de Dordtschestraatweg 505. Wie de club wilde bellen, belde naar het nummer van het clubgebouw, en dus vaak naar de Barendregts.
Zijn vrouw deed net zo goed mee. Toen ze in januari 1954 op 71-jarige leeftijd overleed, schreef redacteur L. A. Heesakker dat ze in al die jaren ontelbare kopjes thee voor de spelers had klaargezet. ‘Haar thee was steeds een lafenis,’ schreef hij, ‘die de ene keer een aanmoediging was om de verkregen voorsprong niet uit handen te geven, dan weer om moed te krijgen een achterstand in te lopen.’
Ook buiten het werk hoorden ze erbij. Toen Feijenoord in 1927 afdelingskampioen werd, kreeg aanvoerder Kees Pijl op het feestdiner een fruitmand aangeboden ‘namens den terreinknecht Barendregt’. En toen de club in 1937 naar het nieuwe stadion verhuisde en het terreinpersoneel deels in dienst kwam van het stadion, sprak de secretaris in zijn jaarverslag uitdrukkelijk ook de familie Barendregt toe.
De zonen
De kinderen groeiden op tussen de doelpalen. Jaap werkte al in 1932 als terreinknecht naast zijn vader. In het clubblad van oktober dat jaar kondigde ‘Jaap Barendregt, de terreinknecht’ de geboorte aan van zijn zoon Inge. Later ging hij mee naar het stadion: in 1948 noemde het jaarverslag hem een van de directe helpers van stadiondirecteur Van Krimpen. Kees speelde jarenlang in de lagere elftallen, zat in 1938 in de elftalcommissie en ‘hielp zijn vader vaak een handje om de Feijenoord-machine gesmeerd te doen lopen’. In 1949 emigreerde hij met zijn vrouw naar Amerika. Leen haalde wel het eerste elftal: tussen 1939 en 1942 speelde hij er tien officiële wedstrijden, waarin hij zeven keer scoorde. In 1955 volgde hij zijn broer Kees naar Amerika.
Twee keer Jaap
De bekendste Barendregt was een neef. Jaap Barendregt, de zoon van een broer van Inge, kwam in 1925 van De Charloissche Leeuw naar Feijenoord en werd ruim tien jaar de centervoor van het eerste elftal. In de kampioensploeg van 1928 maakte hij de doelpunten, en De Feijenoorder merkte op dat Pijl ‘de geestelijke vader’ van veel ervan was. Op 17 maart 1929 speelde hij één interland, tegen Zwitserland. Na zijn loopbaan bleef hij actief in de juniorencommissie. Hij overleed in februari 1954, nog maar 49 jaar oud, een paar weken na zijn tante.
Wie in oude verslagen over ‘Jaap Barendregt’ leest, moet dus goed opletten: de centervoor en de terreinknecht waren neven met dezelfde naam.
De oude baas
Inge Barendregt bleef ook na de verhuizing naar De Kuip het veld aan de Dordtsestraatweg beheren, waar de lagere elftallen bleven spelen. In 1948 schreef het jaarverslag dat de terreinchef, ‘ofschoon grijs van haar’, het bijltje er nog niet bij neer wilde leggen, en dat ‘vader en moeder Barendregt’ ervoor zorgden dat aan de Straatweg alles op rolletjes liep. Pas in 1951, toen hij 72 was, moest de ‘Ouwe Taaie’ het kalmer aan doen. ‘We kunnen onze ouwe, trouwe Barendregten nog niet missen,’ schreef het clubblad.
Daarna werd hij ernstig ziek en werd hij verpleegd in Bergen op Zoom. Zijn vrouw overleed in 1954, terwijl hij zelf al lange tijd elders werd verzorgd. ‘Niemand zal gedacht hebben, dat haar man haar zou overleven,’ schreef Heesakker. Inge Barendregt overleed in 1962 in Halsteren. Toen Leen in 1955 vertrok, schreef het clubblad dat Feijenoord ‘weer een ouwe getrouwe van de befaamde familie Barendregt’ moest missen.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.
Lees verder in de geschiedenis
- Hoofdstuk 2 · 1917–1930Eerste kampioenschappenDe opmars naar de hoogste klasse en de eerste grote successen.
- Hoofdstuk 3 · 1930–1939Gouden jaren dertigEen groeiende club, nieuwe successen en de ontwikkeling van De Kuip.
- Hoofdstuk 4 · 1939–1945Tijdens de oorlogFeyenoord en Rotterdam tijdens de bezettingsjaren.
- Hoofdstuk 5 · 1945–1959De magere jarenDe wederopbouw en de jaren vóór de grote doorbraak.
- Hoofdstuk 6 · 1959–1969Gouden jaren zestigDe opbouw van een ploeg die de nationale top en Europa zou veroveren.