Op een regenachtige donderdagavond in mei 1971 kon Feijenoord in een volgepakt Olympisch Stadion een grote stap naar de landstitel zetten. Ajax, met de Europa Cup-finale op Wembley in het vooruitzicht en bang voor blessures, speelde puur defensief en hoopte op snelle uitvallen. Rond de twintigste minuut leek die tactiek te werken: Mühren speelde Cruijff aan, en Piet Keizer kopte zijn effectvolle voorzet in (1-0). Kort daarna moest Keizer met een beenblessure worden vervangen door Dick van Dijk.
Feijenoord joeg daarna steeds feller op de gelijkmaker, en Van Hanegem en Laseroms speelden bikkelhard. Een doelpunt van Hulshoff werd vlak voor rust afgekeurd wegens buitenspel. Zeven minuten na rust lokte Van Hanegem doelman Stuy mooi uit zijn doel, en Ove Kindvall maakte gelijk (1-1).
Een kwartier na rust zette Dick Schneider Feijenoord op voorsprong (1-2), en in de 37e minuut van de tweede helft maakte hij met een afstandsschot zijn tweede (1-3). Rinus Israël viel op zijn knieën, en in de neergutsende regen staken de supporters vuurwerk af. Feijenoord had nu nog een gelijkspel tegen Haarlem nodig voor de titel.
Bron: eigen verslag op basis van de Leeuwarder Courant en NRC Handelsblad van 28 mei 1971 (Delpher).








