In november 1969, tien dagen voor het Europa Cup-duel met AC Milan, won Feijenoord in de Kuip met 1-0 van Ajax. Ajax had Swart naar het middenveld gehaald en de aanval toevertrouwd aan Keizer, Van Dijk en Cruijff. Volgens het Algemeen Dagblad mikte Ajax op een gelijkspel. In de eerste helft speelden beide ploegen nerveus. Na rust beheerste Feijenoord het duel, met Van Hanegem als ster van het veld en Hasil en Jansen als onvermoeibare sjouwers.
Ajax leek lang in zijn opzet te slagen, maar twee minuten voor tijd kreeg Theo van Duivenbode de bal van Van Hanegem. De verdediger was aan het eind van het vorige seizoen door Ajax verkocht en was een dag eerder 26 jaar geworden. Hij zag niemand vrijstaan en joeg de bal van zeker 25 meter, uit een scherpe hoek, langs Bals (1-0). 'Ik had me wel voorgenomen Ajax te laten zien dat ik nog kan voetballen', zei hij na afloop. Zijn vader had hem die week nog voorgehouden hoe het zou zijn als hij tegen zijn oude club zou scoren.
In de laatste seconden greep Bals naar de benen van Kindvall, maar invaller-scheidsrechter Dorpmans floot af in plaats van een strafschop te geven. Trainer Ernst Happel noemde de zege 'verdiend' en een stimulans voor Milaan.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad, het Algemeen Handelsblad en het Rotterdamsch Parool van 3 november 1969 (Delpher).








