In de kwartfinale van de KNVB-beker 1971 kwam Ajax op een woensdagavond met een experimentele ploeg naar de Kuip. Ajax wilde geen blessures oplopen voor het duel met Atlético Madrid. Keizer en Neeskens begonnen niet, Krol speelde in de aanval, Arie Haan in het centrum en Blankenburg centraal achterin. Feijenoord streed van begin tot eind verbeten voor een plaats in de halve finale, en daarmee voor Europees voetbal.
In de 18e minuut bereikte Romeijn met een dieptepass de opgerukte Wim Jansen, die de uitgekomen Stuy met een boogbal versloeg (1-0). Daarna kreeg Ajax de beste kansen, maar Treijtel redde twee keer knap. Na rust kwam Mühren in voor Krol. In de 25e minuut na rust ontsnapte Cruijff op links aan Boskamp. Zijn trekbal vanaf de doellijn kopte Swart onhoudbaar in (1-1). Suurbier moest later geblesseerd worden vervangen door Neeskens.
Feijenoord kreeg nog kansen. Een doelpunt van Van Hanegem werd terecht afgekeurd voor buitenspel, Stuy redde op een kopbal van Laseroms, en Kindvall miste een kopkans die Jansen hem op een presenteerblaadje gaf. Twee minuten voor tijd, na een reeks fouten in de Rotterdamse verdediging, schoot Dick van Dijk de bal in zijn vlucht raak (1-2). Volgens De Waarheid scandeerde het publiek daarna 'Ajax, Ajax'.
Bron: eigen verslag op basis van het Rotterdamsch Parool, het Limburgsch Dagblad, De Waarheid en de Leeuwarder Courant van 8 april 1971 (Delpher).







