In december 1970 speelden Feijenoord en Ajax in de Kuip voor de zesde keer in negen jaar 1-1. Michels liet Swart als rechtsachter Moulijn bewaken en Neeskens Van Hanegem. De verdedigingen overheersten, en het spel speelde zich lang af op het middenveld. In de 35e minuut gaf Neeskens een hoge voorzet. Treijtel stompte de bal weg, recht voor de voeten van Rijnders, die laag en hard raak schoot (0-1).
Vlak voor rust brak Hulshoff door de stilstaande Feijenoord-verdediging. Hij speelde vlak voor Treijtel af op Cruijff, die scoorde. Grensrechter Arts wees naar de middenstip, maar scheidsrechter Van der Kroft keurde het doelpunt af omdat Cruijff volgens hem buitenspel stond. Volgens het Algemeen Dagblad en het Nieuwsblad van het Noorden kwam Cruijff juist van achter de bal. Ook vlak na rust keurde Van der Kroft een doelpunt van Cruijff af, wegens buitenspel van Van Dijk.
In de dertiende minuut na rust nam Franz Hasil een voorzet van Schneider in volle vaart ineens op de linkerwreef: een 'wonderschone gelijkmaker' volgens het Rotterdamsch Parool (1-1). Daarmee bleef Feijenoord, volgens Trouw voor de vijftigste keer op rij, thuis ongeslagen. Happel gaf na afloop toe dat Ajax 'een stuk sterker' was geworden.
Bron: eigen verslag op basis van het Rotterdamsch Parool, het Algemeen Dagblad, Trouw en het Nieuwsblad van het Noorden van 21 december 1970 (Delpher).







