Op zaterdagavond 15 april 1972 speelde Feyenoord in een volle Kuip zijn laatste kans in de titelstrijd tegen Ajax, vijf dagen voordat de Amsterdammers in de Europa Cup tegen Benfica moesten. Ajax speelde met durf en onbevangenheid, en Johan Cruijff vierde zijn rentree met een lichtvoetige demonstratie. Hij gebruikte bijna het hele veld en bracht Laseroms en Israël tot wanhoop.
Na negen minuten opende Arie Haan de score, en tien minuten later maakte Gerrie Mühren 0-2. Hans Posthumus deed in de 23e minuut iets terug (1-2), maar vijf minuten voor rust zorgde Cruijff voor 1-3. Na rust maakte Cruijff zijn tweede, en zeven minuten voor tijd bepaalde Keizer de eindstand op 1-5. Posthumus werd in de rust vervangen door Ladinsky.
Ajax-trainer Stefan Kovács vond dat de wedstrijd op het middenveld was gewonnen. Hulshoff legde uit dat Ajax zonder zenuwen had gespeeld, omdat het ook bij een nederlaag nog voor zou staan. Alle Ajax-spelers, ook de verdedigers, durften steeds mee aan te vallen.
Het was de zwaarste thuisnederlaag tegen Ajax sinds 1959. Met nog vijf wedstrijden te gaan stond Feyenoord vijf punten achter, en de titel was weg.
Bron: eigen verslag op basis van Tubantia en het Amigoe di Curaçao van 17 april 1972 (Delpher).








