Hoofdstuk 2 · Eerste kampioenschappen · 1921–1940

De oefenmeesters

Feijenoord werd twee keer landskampioen zonder vaste trainer en won zijn eerste beker onder leiding van drie spelers. Over de Engelsen die kwamen en gingen, en de man uit Wenen die bleef.

Twaalf jaar zonder trainer

Trainer Richard Dombi, maart 1937. Uit De Feijenoorder, fotograaf onbekend (via Delpher)
Trainer Richard Dombi, maart 1937. Uit De Feijenoorder, fotograaf onbekend (via Delpher)

In de eerste jaren had Feijenoord geen trainer. Een oefenmeester was voor een kleine club een luxe. De spelers speelden ’s avonds partijtjes op het Afrikaanderplein, en het elftal werd samengesteld door het bestuur, later door een elftalcommissie in overleg met de aanvoerders.

Op 1 mei 1921 kwam de eerste: Bill Julian, een Engelsman die bij HBS in Den Haag had gewerkt. In het promotieseizoen had hij Feijenoord al drie maanden geholpen. Na één seizoen moest hij weer weg, omdat de club hem niet meer kon betalen. Zo speelde Feijenoord van 1922 tot 1924 zonder trainer, en werd het in 1924 toch voor het eerst landskampioen.

Een soldaat en een masseur

Na die titel kwam Harry Waites over van Frisia uit Leeuwarden. Hij was een Engelse marinesoldaat die in 1914 na het beleg van Antwerpen in Groningen was geïnterneerd, en daar in het Nederlandse voetbal terecht was gekomen. Met Be Quick werd hij in 1920 kampioen. In Rotterdam hield hij het niet lang vol: in april 1925 werd hij ontslagen. Het seizoen daarop nam masseur Engel Geneugelijk de training waar, met hulp van Adriaan Koonings. Dat bleek te hoog gegrepen.

Jack Hall en de spelers zelf

In de zomer van 1926 kwam Jack Hall, een oud-rechtsbuiten van Barnsley en Preston North End. In zijn tweede seizoen werd Feijenoord opnieuw landskampioen. Op de elftalfoto van het afdelingskampioenschap van 1927 staat ‘Mr. Hall, oefenmeester’ in pak naast de spelers. In 1929 vertrok hij naar PSV, waarmee hij in 1935 kampioen werd.

Daarna had Feijenoord een seizoen geen trainer. Bertus Bul, Puck van Heel en Cor van der Velde leidden samen het elftal, en juist in dat seizoen won de club voor het eerst de beker, in juni 1930 met 1-0 tegen Excelsior.

Heimwee

Twee dagen na die finale stelde Feijenoord de Engelsman Joseph Lamb aan, die dat seizoen nog een veertigtal wedstrijden in de Football League had gespeeld. Na een paar maanden kreeg hij heimwee en ging hij terug. Jaap Kruys maakte het seizoen af. Van 1931 tot 1935 was Eddy Donaghy trainer, een linkshalf uit Middlesbrough die via Cannes naar Nederland was gekomen. Onder hem verloor Feijenoord in 1934 de bekerfinale van Velocitas, maar een jaar later werd Helmond Sport met 5-2 verslagen.

De man uit Wenen

In juli 1935 brak Feijenoord met de Engelse traditie. De nieuwe trainer was Richard Dombi, een Weense oud-international die als trainer onder meer in Spanje, Duitsland en Zwitserland had gewerkt. Met Bayern München was hij in 1932 Duits kampioen geworden. Hij liet het elftal korter combineren en beter positie kiezen, en het werkte: in 1936 en 1938 werd Feijenoord landskampioen. Dombi bleef tot 1939.

In 1939 kwam Jack Hall terug. Op 1 mei 1940 vertrok hij in goed overleg naar VUC, en bondstrainer Karel Kaufman nam de training tijdelijk over. Feijenoord werd die zomer kampioen. Alle trainers staan op de pagina met trainers.

Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.

Het grotere verhaal

Lees verder in de geschiedenis

BeeldarchiefFoto’s