Ajax-trainer Johan Cruijff kondigde zijn ploeg in november 1986 aan met 'tien internationals en Witschge'. Die keuze bleek goud waard. Bij Feyenoord had trainer Rinus Israël gekozen voor een middenveld met Molenaar, Hoekstra en Been, waardoor de onervaren Monkou rechtsachter moest spelen. Al bij zijn eerste balcontact profiteerde Rob Witschge: Arnold Mühren gaf een schitterende pass, Monkou en doelman Hiele schatten de situatie verkeerd in, en Witschge scoorde uit een onmogelijke hoek (0-1).
Mario Been maakte gelijk, maar na 21 minuten gaf Marco van Basten Ajax opnieuw de leiding: zijn schot ging via het been van Hiele in het doel (1-2). Israël greep in en bracht Peter Barendse in voor Monkou. Daarna kwam er meer lijn in het spel. Zeven minuten na rust werd een slecht genomen hoekschop van René Hofman door Silooy en anderen gemist, en Barendse schoot hard en laag raak (2-2).
Feyenoord had daarna de kans om de wedstrijd te beslissen. Troost schoot net langs de paal en een kopbal van Hoekstra ging recht op Menzo af. In de 64e minuut sloeg Witschge opnieuw toe: 2-3.
Volgens het Amigoe kwam Ajax 'nog goed weg'. Feyenoord ontleende zijn kracht vooral aan de inzet van Troost, Hofman en Wijnstekers.
Bron: eigen verslag op basis van Het Vrije Volk en het Amigoe van 3 november 1986 (Delpher).






