In een uitverkochte Kuip, met 57.000 tot 58.000 toeschouwers, versloeg Feyenoord in februari 1984 landskampioen Ajax voor de tweede keer in twee weken. Al uren voor de aftrap drongen de mensen voor de poorten, en rond het stadion tierde de zwarte handel in kaartjes. Binnen een kwartier waren de kaarten geschud.
Na twaalf minuten nam Ruud Gullit een vrije trap. Zijn eerste poging stuitte op de muur, maar in de herkansing boorde zijn schot zich in de rechterhoek (1-0). Twee minuten later, bij de eerste hoekschop van Feyenoord, bereikte Gullit de ongedekte Johan Cruijff, die eerst inkopte en daarna doelman Galjé alsnog passeerde (2-0).
Kort na rust deed Ajax iets terug: uit een hoekschop van Olsen raakte Mølby de bal niet goed, en het effect misleidde Nielsen, die met bal en al in het doel rolde (2-1). Feyenoord werd daarna twee keer flink onder druk gezet, maar de verdediging, met de Deen Ivan Nielsen als uitblinker, hield stand. Na een demarrage van Gullit maakte Hoekstra de 3-1, en in de laatste minuut ontsnapte invaller Duut aan de va-banquespelende Ajax-verdediging (4-1).
Gullit was met twee voorzetten en een doelpunt de grote man. Feyenoord nam een kleine voorsprong in de competitie en werd die lente kampioen.
Bron: eigen verslag op basis van NRC Handelsblad en het Limburgsch Dagblad van 27 februari 1984 (Delpher).



