In maart 1986 nam Wim van Hanegem bij Feyenoord tegen Ajax tijdelijk de leiding over van trainer Ab Fafié, die op reis was naar Griekenland en niet op tijd terug kon zijn. Voor het eerst in jaren was de Klassieker in de Kuip niet uitverkocht. Van Hanegem bestreed Ajax-coach Johan Cruijff met diens eigen wapens: hij begon met vier spitsen, Ling, Eriksen, Rep en Tahamata, zodat Ronald Koeman zelden uit de verdediging kon komen. In de achterste lijn speelde Nielsen een-tegen-een.
Aanvankelijk leek het plan niet te werken. Ajax had kansen door Bosman en Van 't Schip, en Vanenburg speelde een koninklijke wedstrijd. Cruijff haalde hem in de rust echter naar de kant. Vlak voor rust zette Keje Molenaar Feyenoord op voorsprong (1-0), en in de tweede helft scoorde André Hoekstra twee keer (3-0). Rijnink deed vijf minuten voor tijd nog iets terug (3-1).
'Ik heb de sterke punten van mijn spelers benut', zei Van Hanegem, die het jaar daarop niet in de technische staf van Feyenoord terugkeerde. Het Limburgsch Dagblad kopte: 'Wim van Hanegem troeft Johan Cruijff af.'
Bron: eigen verslag op basis van het Limburgsch Dagblad van 1 april 1986 en het Amigoe van 2 april 1986 (Delpher).




