In oktober 1985, kort nadat beide clubs uit Europa waren gegooid door een Portugese tegenstander, ontmoetten ze elkaar in een lang niet uitverkocht Olympisch Stadion. Ajax had net Johan Cruijff als technisch directeur. Feyenoord-trainer Ab Fafié paste zijn ploeg aan, met André Hoekstra in plaats van Jan Sørensen en Tahamata in een vrije rol op het middenveld. Ajax beheerste de wedstrijd lange tijd. 'We hadden toen al met 3-0 achter kunnen staan. Hiele heeft ons in die fase gered', zei Wijnstekers. In de negentiende minuut onthield scheidsrechter Van Ettekoven Ajax een strafschop na een overtreding van Nielsen op Van Basten.
Vlak na rust maakte Gerald Vanenburg 1-0, waarbij Hiele volgens het Limburgsch Dagblad niet vrijuit ging. Daarna verloor Ajax juist de greep. Na negen minuten kopte de meegekomen verdediger Henk Duut een hoekschop van La Ling binnen, zijn zesde treffer van het seizoen (1-1). Van Basten miste daarna een grote kans op 2-1, met een gekneusde kleine teen, terwijl Nielsen doorspeelde ondanks pijn.
Vijf minuten voor tijd stormde invaller Sørensen de ruimte in tussen doelman Menzo en Spelbos. Buitenspel of niet, de scheidsrechter floot niet, en Sørensen passeerde de uitgekomen Menzo (1-2). 'Wie zo hard werkt, dwingt het geluk af', zei Fafié. Cruijff noemde het spel van zijn ploeg 'uitstekend'.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad, het Limburgsch Dagblad en de Amigoe van 7 oktober 1985 (Delpher).





