Op 10 juni 1956 verloor Feijenoord in de competitie met 5-4 bij GVAV in Groningen, voor 13.500 toeschouwers; met bijzonder energiek spel behield GVAV zo zijn laatste kans. De Rotterdammers waren individueel beduidend beter, maar vonden in de zomerse hitte geen inspiratie en de voorhoede speelde in een te laag tempo. Na een Feijenoord-voorsprong door Schouten nam GVAV voor rust de leiding door twee knappe doelpunten van La Croix, en na rust liep het via De Grooth en Meuken uit tot 4-1. Die cijfers prikkelden Feijenoord: Schouten benutte een strafschop en Cor van der Gijp bracht de stand in evenwicht (4-4). Een minuut voor het einde brak Meuken nogmaals door de Rotterdamse verdediging en schoot hard raak (5-4).
Bron: eigen verslag op basis van het Nieuwsblad van het Zuiden (Delpher).

