Op 6 februari 1955 verloor Feijenoord in de competitie thuis met 4-6 van GVAV. Voor rust hield de Rotterdamse verdediging met Van der Hoek aan het hoofd de Groningse aanval behoorlijk in bedwang, en in de voorhoede was Van Woerden vervangen door De Bruijn. Na dertien minuten opende invaller-rechtsbuiten Medema met een onhoudbaar schot de score (0-1), maar na 25 minuten maakte Van der Heide in samenwerking met Meerman gelijk. Hol profiteerde van een misverstand in de Groningse verdediging en passeerde de uitlopende Roffel (2-1), maar drie minuten voor rust maakte De Grooth gelijk. Na tien minuten in de tweede helft trof een onverwacht schot van Den Bleijker doel (3-2), maar binnen enkele minuten zorgden Hoekstra, Van Oosten en Lacroix voor drie voortreffelijke doelpunten (3-5). Acht minuten voor tijd maakte Hoekstra 3-6; uit de 21e Feijenoord-hoekschop kreeg Meerman via de voet van De Bruijn de kans op 4-6.
Bron: eigen verslag op basis van De Tijd (Delpher).

