Op zaterdagavond 19 mei 1956 won Feijenoord in de competitie met 1-4 bij SVV in Schiedam, een enigszins geflatteerde zege onder leiding van scheidsrechter Martens. SVV had alle krachten in de verdediging teruggetrokken; na een kwartier scoorde Cor van der Gijp, maar daar bleef het lang bij, en middenvoor Köneman moest het bij SVV vrijwel alleen opknappen. Kort voor rust maakte Maltha met een verrassend schot gelijk (1-1), maar voor de pauze kopte Cor van der Gijp een fraaie combinatie tussen Moulijn en Schouten beheerst in (1-2). Het eerste half uur van de tweede helft hield SVV kranig stand, met voorbeeldige reddingen van doelman Kouwen. Een kwartier voor het einde gaf het betere uithoudingsvermogen de doorslag en door doelpunten van Van der Gijp, die daarmee een hattrick maakte, en Schouten werd het 1-4.
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool (Delpher).
