Op 27 mei 1956 won Feijenoord in de competitie met 1-2 bij EDO in Haarlem, voor 10.000 toeschouwers, en moest daarvoor alles geven. Het koppige EDO, met midvoor Peters en rechtsbinnen Van Roodselaar als besten en een sterke doelman Koelemij, gaf vijf kwartier lang schitterend partij. Na acht minuten kopte Van Roodselaar door naar Peters, die de bal langs Van der Bijl drukte (1-0), en voor rust kon Feijenoord met de grootste moeite gelijkmaken (1-1). De Rotterdamse middenlinie bezette geleidelijk het centrum en draaide een fors tempo. Het laatste kwartier was topscorer Henk Schouten zo gevaarlijk dat Bosselaar en Moulijn minder bewaakt werden: drie minuten voor tijd organiseerde Schouten een doorbraak over links, schoof langs een paar verdedigers en gaf Moulijn de kans in te schieten (1-2). Twee minuten later viel het doek.
Bron: eigen verslag op basis van de Nieuwe Haarlemsche Courant (Delpher).
