Op tweede pinksterdag 21 mei 1956 speelde Feijenoord in de competitie in de Kuip met 1-1 gelijk tegen DFC, een zwaar bevochten punt in de strijd om een plaats in de hoofdklasse; het spel was hard, soms te hard, vooral van de kant van DFC. Vier minuten na de aftrap zette linksbuiten De Groot een hoekschop voor, kopte invaller-middenvoor Meeuwsen in de uiterste hoek, waar Osterholt op de lijn redde, maar rechtsbuiten De Jager gaf DFC met een hard schot alsnog de leiding (0-1). Na 28 minuten dreef Bak de bal ongehinderd het doelgebied in, speelde naar Cor van der Gijp en kreeg hem terug om gelijk te maken (1-1). De Dordtse rechtsbuiten De Jager bleef gevaarlijk, maar zijn middenvoor was geen partij voor stopper Kerkum. Na rust nam Feijenoord het spel geheel in handen, maar een doelpunt van Van der Gijp werd afgekeurd wegens hinderen van de doelman.
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool (Delpher).
