Op 11 april 1937 kwamen bijna 50.000 toeschouwers naar het Feijenoord-stadion voor de wedstrijd tegen Ajax. Het was volgens de Nieuwe Apeldoornsche Courant 'de grootste menigte, welke ooit bij een voetbalwedstrijd in Nederland aanwezig is geweest'. Feijenoord moest Van Heel missen; Sinke speelde in zijn plaats.
Na zes minuten schoot Bas Paauwe van ver, en tussen de vele spelers in het doelgebied verloor doelman Keizer het zicht op de bal (1-0). Ajax kreeg daarna kansen via Stam en Van Reenen, en een doelpunt van Schubert werd afgekeurd wegens buitenspel. Vlak voor rust haalde Sinke een schot van Stam van de lijn, al was het de vraag of de bal er al niet over was.
Na rust maakte Feijenoord snel een einde aan de onzekerheid. Na een minuut gaf Linssen een voorzet op Vente, die tussen de backs door liep en Keizer geen kans gaf (2-0). Daarna liet Feijenoord zijn beste spel zien, met Vrauwdeunt als beste man. Toen Linssen ver was opgedrongen, legde hij de bal voor de voeten van Kantebeen, die de 3-0 binnenschoot. Ook spil Kuppen viel op.
Bron: eigen verslag op basis van het Dagblad van Noord-Brabant, het Rotterdamsch Nieuwsblad en de Nieuwe Apeldoornsche Courant van 12 april 1937 (Delpher).

