Op 27 maart 1937 werd De Kuip, het nieuwe stadion van Feijenoord, geopend met een vriendschappelijke wedstrijd tegen het Belgische Beerschot, voor 37.825 toeschouwers. Scheidsrechter was Van Moorsel. Feijenoord won met 5-2.
Voor de wedstrijd liepen estafettelopers van het oude terrein aan de Kromme Zandweg naar het stadion; om 14.55 uur liep de laatste loper met de vlag het stadion binnen. Kamerheer De Beaufort opende het stadion namens koningin Wilhelmina, en burgemeester P. Droogleever Fortuyn verrichtte de eerste aftrap. Feijenoord speelde met Van Male; De Groot, Van der Heide; Bas Paauwe, Kuppen, Van Heel; Linssen, Smits, Vrauwdeunt, Vente en Kantebeen. Het was koud en guur, met een sneeuwbui tijdens de toespraken. Leen Vente maakte het eerste doelpunt in het nieuwe stadion en scoorde kort daarna opnieuw. Isenborghs deed iets terug, waarna Kantebeen voor rust de 3-1 maakte. Na rust scoorde Linssen, Van den Eynde maakte 4-2 en Vente kopte de eindstand binnen; Van Male miste in de slotfase nog een strafschop (Algemeen Handelsblad en De Maasbode, 28-03-1937).
De Rotterdamse politie zette die dag 223 agenten in, onder wie een motorbrigade, bereden politie en een Anti-Lawaai Eenheid, om de enorme menigte en het verkeer in goede banen te leiden.
Bron: eigen samenvatting van het oorspronkelijke wedstrijdverslag in het archief (FR-Fanatic).