Het nog ongeslagen Feijenoord reisde in november 1934 naar Amsterdam voor een duel met Ajax, dat chaotisch verliep. Het nieuwe Ajax-stadion was nog niet klaar, en er werden volgens De Avondpost minstens een paar duizend mensen te veel binnengelaten. Toeschouwers klommen over de hekken, zaten binnen de afrastering, en de draadafrastering bezweek onder hun gewicht. Hoekschoppen konden nauwelijks worden genomen. Scheidsrechter Van Moorsel moest na rust de wedstrijd enige tijd stilleggen, en uiteindelijk kwam zelfs bereden politie eraan te pas.
Ajax was in de eerste helft veel sterker en zette de Rotterdamse verdediging, met een onzekere Würsten, zwaar onder druk. Er moest een ontelbaar aantal hoekschoppen op het doel van Van Male worden genomen. Dat het bij rust nog 0-0 stond, kwam vooral door de middenlinie, waarin Van Heel op internationaal niveau speelde. De voorhoede bracht weinig: Barendregt was zijn schot kwijt.
Na rust brak het verzet. Ten Have schoot een pass van Mulders onhoudbaar in (1-0) en scoorde daarna uit een scrimmage na een hoekschop opnieuw (2-0). Uit weer een hoekschop maakte hij zijn hattrick (3-0). Toen het publiek het veld al verliet, kopte Roeg ook nog de 4-0 binnen.
Bron: eigen verslag op basis van De Tijd en De Avondpost van 12 november 1934 (Delpher).

