In de kampioenscompetitie van 1936 kreeg Feijenoord thuis een flinke tik van Ajax. Twintig minuten ging de strijd gelijk op, maar na 25 minuten zette Van Reenen voor en schoot Stam onhoudbaar raak (0-1). Meteen daarna botste Van Reenen tegen doelman Van Male, en Van Wijngaarden schoot de losse bal binnen (0-2). Kort daarna maakte Van Wijngaarden ook de 0-3. Van Male had een bloeduitstorting in de rug opgelopen en werd vervangen door reservedoelman Huisman.
Feijenoord vocht met veel veerkracht terug. In de 32e minuut verkleinde Jaap Barendregt de achterstand (1-3), en in de laatste seconden voor rust botste Barendregt na een kopbal van Vrauwdeunt tegen de arm van Ajax-doelman Keizer, die de bal liet glippen (2-3). Volgens de Arnhemsche Courant was Feijenoord met rust nog lang niet kansloos.
Na rust bleek echter de zwakte van de Rotterdamse voorhoede. Een kwartier na de hervatting scoorde Van Reenen via de handen van Huisman (2-4), en Stam schoot via de paal de 2-5 binnen. Kantebeen maakte nog op fortuinlijke wijze 3-5, toen Ajax-verdediger Schubert de bal tegen zijn wang schoot, maar kort voor het einde bepaalde Gerritsen de eindstand op 3-6.
Ondanks deze nederlaag werd Feijenoord twee weken later toch landskampioen.
Bron: eigen verslag op basis van de Nieuwe Tilburgsche Courant en de Arnhemsche Courant van 15 juni 1936 (Delpher).

