Feijenoord begon zijn duel in de kampioenscompetitie van 1936 in Amsterdam verrassend. Na nauwelijks een minuut zette Linssen voor en schoot de ongedekte Burg raak (0-1). Ajax antwoordde met felle aanvallen. Mulders schoot naast uit een vrije trap en Van Reenen schoot hoog over. Na 27 minuten stormde Fischer na een solo op het doel af. Van Male stopte zijn eerste poging, maar bij zijn tweede werd Fischer zwaar gehinderd, en Van Deyck benutte de strafschop (1-1).
Na rust zette Feijenoord direct zware druk op het Amsterdamse doel. Een schot ketste tegen de paal, en na 22 minuten in de tweede helft kopte Barendregt een hoekschop van Linssen binnen (1-2). Een minuut later kreeg Linssen de bal in goede positie en maakte hij 1-3. De geblesseerde Mulders werd bij Ajax vervangen door Volkers, maar dat hielp niet. Na 28 minuten in de tweede helft bleef de Ajax-verdediging stilstaan bij een hoekschop van Burg, en weer scoorde Linssen (1-4).
De talrijke Feijenoord-supporters hieven een zegezang aan. Een Rotterdams buitenspeldoelpunt werd nog afgekeurd, maar de stevige 1-4-overwinning stond. Twee maanden later werd Feijenoord kampioen.
Bron: eigen verslag op basis van de Provinciale Drentsche en Asser Courant en het Groninger Dagblad van 20 april 1936 (Delpher).

