In november 1968 won Feijenoord in het Olympisch Stadion met 0-1 van Ajax, volgens het Algemeen Dagblad voor het eerst in zes jaar in Amsterdam. Trainer Michels liet na het zware Europa Cup-duel met Fenerbahçe Groot, Keizer en Van Duivenbode buiten het elftal. Swart kwam pas na rust in het veld, voor Mühren. Michels wilde de eerste helft op 0-0 houden en na rust vanuit de verdediging toeslaan. Feijenoord speelde met een 'ausputzer', zoals manager Brox het noemde, en hield drie tot vier verdedigers op de eigen helft, ook al stond daar alleen Cruijff tegenover.
Na twintig minuten won Feijenoord aan zelfvertrouwen. In de 25e minuut kopte Pronk een kopbal van Wery van de lijn. In de zevende minuut na rust kopte Henk Wery een voorzet van Wim Jansen op het hobbelige gras voor Bals. De bal stuitte zo vreemd op dat hij over de armen van de doelman heen het net in rolde (0-1). 'Ik raakte de bal nog, maar niet voldoende', zei Bals na afloop.
Ajax trok daarna massaal ten aanval, maar Feijenoord benutte de ruimte niet, terwijl Kindvall, Geels, Van Hanegem en Jansen vaak een overtal hadden. Pieters Graafland had een rustige middag. Nuninga noemde de Rotterdamse zege 'volkomen verdiend'.
Bron: eigen verslag op basis van Trouw, het Algemeen Dagblad, het Rotterdamsch Parool en de Leeuwarder Courant van 18 november 1968 (Delpher).








