Feyenoord op reis
Een paastoernooi in Brussel, een vlucht via New York naar Curaçao, vijftigduizend Russen in Leningrad en tachtigduizend Indonesiërs in Djakarta: de verre reizen van Feyenoord.
Pasen in Brussel

De eerste buitenlandse reis in dit archief ging in april 1922 naar Brussel, voor het paastoernooi van Daring Club. Feijenoord speelde er tegen een gecombineerd elftal van Léopold Club en Racing Club. Het stond 3-3 na negentig minuten, maar de Belgen wonnen na verlenging met 4-3. Een dag later volgde een nederlaag tegen een Parijse ploeg. In de jaren twintig en dertig bleef België het vaste reisdoel, met wedstrijden in onder meer Antwerpen, Brussel en Oostende. In 1931 speelde Feijenoord ook in het Franse Lille.
Met de Vliegende Hollander naar de West
De eerste grote reis kwam vlak na de oorlog. De Curaçaose voetbalbond vierde een jubileum en nodigde Feijenoord uit. Op zaterdagochtend 25 mei 1946 vertrok het elftal per bus van het KLM-gebouw aan de Coolsingel naar Schiphol. Daar stond een toestel klaar dat via New York naar Curaçao vloog. Het Vrije Volk schreef dat duizenden mensen de spelers benijdden om ‘een land, waar naar onze begrippen schier ongekende weelde heerst’. Bas Paauwe en Adri de Vroet speelden eerst nog met Oranje tegen België en vlogen een week later na. Thuis schrok de moeder van Van der Heide zich een hoedje toen ze hoorde dat het vliegtuig op Newfoundland een ‘noodlanding’ had gemaakt. De krant stelde haar gerust: Newfoundland was een gewone tussenstop.
Op Aruba won Feijenoord met 4-3, op een veld zonder gras en met harde tegenwind. Op Curaçao volgden zeges op Colombia (3-2) en Suriname (8-1). In de slotwedstrijd bleek Curaçao met 4-0 te sterk. ‘Wat heeft dat Curaçao een boom van een keeper’, vertelde aanvoerder Paauwe na terugkeer. ‘Als hij zijn arm opstak, kwam zijn hand nog boven de lat uit.’ Op Schiphol stonden de spelers op 22 juni in witte tropenkleding, en de douane telde ondertussen sigaretten, schoenen, kousen, stoffen en lakens uit hun koffers. In het Nederland van 1946 was veel daarvan nauwelijks te krijgen.
Achter het IJzeren Gordijn
In juli 1960 reisde Feijenoord door de Sovjet-Unie, in een tijd dat er nauwelijks Westerse clubs kwamen. In het Kirovstadion in Leningrad zagen 50.000 toeschouwers Pauke Meijers het enige doelpunt maken tegen Admiraltejets, en het publiek applaudisseerde uitbundig voor de Nederlanders. In Tbilisi werd met 3-1 verloren van Dinamo, en in Moskou maakte Rinus Bennaars drie minuten voor tijd de 2-2 tegen Dinamo.
Verre zomers
Vanaf de jaren zeventig gingen de reizen steeds verder. In mei en juni 1978, net na de komst van trainer Václav Ježek, speelde Feyenoord eerst in Noorwegen en daarna in Indonesië. In Djakarta zaten 80.000 mensen op de tribune toen Gerard van der Lem en Rini Plasmans het nationale elftal versloegen. In 1979 ging de reis naar IJsland, in 1980 naar Suriname, Curaçao, Bonaire en Aruba.
In juni 1981 deed Feyenoord mee aan het Mundialito, een toernooi in Milaan voor clubs die de wereldbeker hadden gewonnen. Ruud Krol en Arie Haan speelden als gastspelers mee. In de openingswedstrijd tegen AC Milan stond bij de tegenstander een andere gastspeler: Johan Cruijff, die er in de rust uit ging. Een jaar later speelde Feyenoord in Japan, en later volgden onder meer Saoedi-Arabië, Kazachstan, China, Argentinië en Oman. In januari 1997 eindigde een oefenwedstrijd tegen River Plate in Buenos Aires met Feyenoord met acht man.
Van tournee naar trainingskamp
Met de jaren veranderde het doel van de reizen. Een tournee was vroeger een avontuur. Tegenwoordig is een buitenlandse reis vooral een trainingskamp: in de winter op Gran Canaria, in Antalya of in Marbella, in de zomer in de bergen van Tirol. Alle buitenlandse tegenstanders staan bij de tegenstanders; de Europese reizen staan in de hoofdstukken, zoals bij de eerste Europese avonden.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.