Op een grauwe, regenachtige zondag speelde Feijenoord in het Kasteel van Spangen de finale om de Zilveren Bal tegen stadgenoot Sparta. In het begin was Sparta met goed positiespel de betere ploeg, terwijl de Feijenoord-voorhoede vaak in het wilde weg voorzette of elkaar in de weg liep. Aan beide kanten werd tegen de lat geschoten.
Na 37 minuten kopte Barendregt een voorzet van Burg langs Sparta-doelman Cohen (1-0), een meevaller die Feijenoord nieuwe kracht gaf. Vier minuten na de hervatting was de wedstrijd beslist: Cohen kon een voorzet van Hendriks niet meer onderscheppen en Burg liep de bal in het verlaten doel (2-0).
Daarna zakte het niveau flink. Een druilerige regen doofde het laatste Spartaanse enthousiasme, en het publiek maakte zich meer zorgen om het weer dan om wat er op het veld gebeurde. Tot opluchting van de organisatie bleef de wedstrijd, anders dan eerdere duels tussen de twee clubs, sportief.
Na afloop reikte burgemeester Drooglever Fortuyn de Zilveren Bal uit aan Feijenoord-aanvoerder Van Heel. Na 1926 en 1928 was het de derde eindzege in deze reeks; nog twee zeges en de trofee zou voorgoed van Feijenoord zijn.
Bron: eigen verslag op basis van het Nieuws van den Dag en het Groninger Dagblad van 22 september 1930 (Delpher).

