Hoofdstuk 2 · Eerste kampioenschappen · 1921–1936

De dokter van Feijenoord

In de zomer van 1921 bood een arts van de Brielschelaan aan om belangeloos te helpen als er op het veld iets misging. Vijftien jaar lang was dokter Dekhuijzen er, ook als niemand hem had zien aankomen.

Een aanbod in 1921

Het kampioensnummer van De Feijenoorder, mei 1931, waarin ook dokter Dekhuijzen een stukje schreef. Op de voorpagina het elftal dat afdelingskampioen werd. Tekenaar H. Das, fotograaf onbekend (via Delpher)
Het kampioensnummer van De Feijenoorder, mei 1931, waarin ook dokter Dekhuijzen een stukje schreef. Op de voorpagina het elftal dat afdelingskampioen werd. Tekenaar H. Das, fotograaf onbekend (via Delpher)

Een clubarts, een verzorger of een EHBO-post langs de lijn: in de jaren twintig had een amateurclub als Feijenoord daar geen geld voor. Wie geblesseerd raakte, moest het doen met een natte spons en de goede zorgen van zijn medespelers. In augustus 1921 kon het clubblad De Feijenoorder daarom met zichtbaar genoegen melden dat dokter P. Dekhuijzen, van de Brielschelaan 182, ‘zich op spontane wijze bereid heeft verklaard bij eventueele ongevallen in het veld belangeloos hulp te verleenen’. De redactie bedankte ‘den sympathieken dokter’ hartelijk, en sprak de hoop uit dat zijn diensten weinig nodig zouden zijn.

Ook zijn vrouw liet van zich horen. In hetzelfde nummer schreef het bestuur over een telefoongesprek met mevrouw Dekhuijzen. Zij had gevraagd of het bestuur de spelers wilde aanraden ‘het hoofd koel te houden’ als de tegenstander minder sportief speelde, daar geen wraak voor te nemen, maar te proberen ‘door zuiver technisch spel’ te winnen. Het bestuur nam het advies graag over. J. Dekhuijzen-Zeehuisen was in Rotterdam ook buiten het voetbal actief: in 1921 was ze secretaresse van een tehuis voor moeders en kinderen, en in 1936 kwam ze in de Rotterdamse gemeenteraad.

Een arts op Zuid

Dekhuijzen had zijn praktijk op Zuid, en dat merkte de buurt. Toen in september 1923 op de Brielschelaan een autobus werd geschept door de stoomtram uit Hellevoetsluis, werden de gewonden in zijn woning verbonden. In 1926 benoemde de gemeenteraad hem tot arts bij de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst.

Bij Feijenoord werd hij een vaste waarde. Vanaf 1924 bedankte de secretaris hem bijna elk jaar in zijn jaarverslag, in één adem met de terreinknecht en de politie, ‘voor de behulpzame hand, welke zij ons al dien tijd hebben geboden’. Op een feestdiner van de club in 1927 wijdde de erevoorzitter een speciaal woord aan de heer en mevrouw Dekhuijzen.

Stilletjes mee naar Groningen

Hoe vanzelfsprekend zijn hulp was, bleek in maart 1928. Feijenoord speelde in de kampioenscompetitie in Groningen tegen Velocitas en won met 2-5. Toen Janus Bul geblesseerd op het veld lag, zag de verslaggever van het clubblad tot zijn verrassing ineens de dokter staan. Die was het elftal ‘in stilte’ gevolgd en verscheen ‘als de helpende hand’, zodra er gevaar dreigde. De schrijver vond dat Feijenoord hem op gepaste wijze moest laten merken ‘wat zij aan hem verplicht is’.

Zijn hulp gold niet alleen de eigen spelers. In maart 1932 schoot de keeper van Excelsior 3 tijdens een wedstrijd tegen het derde elftal van Feijenoord een vinger uit de kom bij het stoppen van een hard schot. ‘Gelukkig was Dr. Dekhuizen aanwezig, zoodat dit ongeval spoedig verholpen was.’

‘Het kampioenschap van Europa zij ons doel’

Toen Feijenoord in 1931 afdelingskampioen werd, vroeg redacteur L. A. Heesakker een paar mensen van buiten de club om iets te schrijven voor het kampioensnummer. Dekhuijzen was een van hen. Hij hield het kort, maar keek ver vooruit. De ploeg had nu zoveel spelers om uit te kiezen dat hij de toekomst ‘met gerustheid’ tegemoet zag, en hij gaf de club meteen een doel mee: ‘Het kampioenschap van Europa zij ons doel. Ik voor mij hecht meer waarde aan wedstrijden tusschen kampioensclubs, ter bevordering van de voetbalsport, dan aan de gebruikelijke interlandwedstrijden.’ Het zou nog bijna veertig jaar duren voordat Feijenoord die droom in 1970 waarmaakte, en een Europees toernooi voor landskampioenen kwam pas in 1955 van de grond.

Ook halverwege de jaren dertig stond zijn naam nog in de jaarverslagen. Toen Feijenoord in 1936 opnieuw landskampioen werd, zat er tussen de felicitaties ook een van ‘Dr. Dekhuizen’. En in oktober van dat jaar werd er een nieuwe aspirant aangenomen, geboren in 1922 en wonend op de Brielschelaan 182: een jonge Dekhuijzen.

Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.

Het grotere verhaal

Lees verder in de geschiedenis

BeeldarchiefFoto’s