In de kampioenscompetitie van 1931 speelde Feijenoord op een woensdagavond om half acht in Amsterdam tegen Ajax, voor een bijna uitverkocht huis en in lichte motregen. Het werd een fraaie, snelle en open wedstrijd. Ajax speelde met snelle vleugelaanvallen, en Van Dijke en Bul verdedigden stevig.
Na ongeveer 25 minuten gaf Volkers na een prachtige solo de bal aan Van Reenen, wiens onverwachte, scherpe lage schot doelman Van Male verraste (1-0). Ten Have en Van Reenen lieten daarna kansen liggen, terwijl Van Heijzen vlak voor rust voor open doel tegen De Boer aan schoot.
Na rust raakte Andriessen bij Ajax geblesseerd. Groenendijk leidde een aanval, De Boer kwam uit maar kreeg de bal niet te pakken, en de geblesseerde Andriessen was niet meer in staat de rollende bal weg te schieten (1-1). Even later gaf Ten Have een prachtige voorzet en kopte Van Reenen in volle vaart raak (2-1). Feijenoord kwam terug toen Groenendijk een laag schot van Duijnhouwer van richting deed veranderen, waardoor De Boer op het verkeerde been stond (2-2).
De 2-2 gaf volgens de Nieuwe Haarlemsche Courant de verhouding in het veld goed weer.
Bron: eigen verslag op basis van de Nieuwe Haarlemsche Courant van 4 juni 1931 (Delpher).

