De eerste buitenlanders
In 1965 haalde Feyenoord voor het eerst een speler uit het buitenland: de Zweed Harry Bild. Een jaar later volgde Ove Kindvall, en daarmee begon een nieuwe tijd in Rotterdam.
Een Zweed uit Zürich

Elf jaar na de komst van het betaald voetbal had Feyenoord nog altijd alleen Nederlandse spelers. Daar kwam in oktober 1965 verandering in. Op vrijdagavond 8 oktober vlogen secretaris A. Prins, penningmeester C. Couwenberg en manager Guus Brox naar Zürich, en de volgende ochtend tekende Harry Bild zijn contract. De Zweedse international speelde bij FC Zürich, maar kwam daar niet aan spelen: in Zwitserland mocht een club maar één buitenlander opstellen, en die plek was al vergeven. ‘Eindelijk kan ik weer spelen,’ zei Bild tegen een Nederlandse verslaggever.
Feyenoord betaalde volgens de kranten tussen de 200.000 en 250.000 gulden. Brox wist precies waarom: hij zag dat de voorhoede zich genoeg kansen schiep, ‘maar dat de beslissende trap er niet uit komt’. Bild moest naast Piet Kruiver de doelpunten gaan maken. Een paar weken later noemde de Nieuwe Haarlemsche Courant hem ‘Feyenoords eerste buitenlander’. Hij logeerde bij zijn eerste bezoek aan Rotterdam in hotel Het Witte Paard, in de schaduw van De Kuip, waar het personeel zo goed meewerkte aan de geheimhouding dat de receptionist zijn naam niet in het gastenboek kon vinden.
Een doelpunt bij het debuut

Volgens de regels mocht Bild pas na de tweede transferperiode in december in de competitie spelen. Op 6 november speelde hij al wel mee in een avondwedstrijd tegen een elftal uit Oslo (5-1). Zijn eerste officiële wedstrijd volgde op tweede kerstdag 1965, uit bij Elinkwijk in Utrecht. Bij een stand van 0-1 maakte hij de 0-2, en Feyenoord won met 1-3. ‘Een voortreffelijk voetballer,’ schreef De Nieuwe Limburger, ‘die tal van goede passes uitdeelde, waarop zijn medespelers zelden goed reageerden.’
Bild zelf hoopte op gezelschap. ‘Ik ken Bo Larsson en Ove Kindvall goed,’ zei hij bij zijn komst. ‘Het zou voor mij erg fijn zijn, als één van die twee komt.’ Brox noemde de kans op een tweede buitenlander ‘erg klein’.
Ove Kindvall
Toch kwam die tweede Zweed er. In juli 1966 tekende Ove Kindvall, de 23-jarige aanvaller van IFK Norrköping, op Schiphol een contract voor twee jaar. Bild en Kindvall kenden elkaar goed: in 1963 waren ze samen kampioen van Zweden geworden met Norrköping. Een week eerder had Kindvall nog beide Zweedse doelpunten gemaakt tegen Brazilië. Hij moest van de Zweedse bond eerst twee maanden wachten, en debuteerde op 11 september 1966 in de Rotterdamse derby bij Sparta (0-0).
Een maand later stonden de twee Zweden samen in de voorhoede tegen Willem II. Bild scoorde twee keer, Kindvall één keer, en Feyenoord won voor 34.500 toeschouwers met 5-1. Bild bleef tot de zomer van 1967 en maakte in 61 officiële wedstrijden 46 doelpunten. Kindvall werd een van de beste spitsen die Feyenoord ooit had: in 183 officiële wedstrijden scoorde hij 149 keer. Zijn belangrijkste doelpunt viel op 6 mei 1970 in Milaan, in de 117e minuut van de Europa Cup I-finale tegen Celtic (2-1).
Een rechtszaak om Paja Samardžić

Niet elke buitenlandse aankoop ging zo soepel. In de zomer van 1967 wilde Feyenoord de Joegoslaaf Paja Samardžić van FC Twente overnemen. Samardžić had al mondeling een nieuwe afspraak met Twente gemaakt voordat hij bij Feyenoord tekende, en de KNVB weigerde het contract in te schrijven. Feyenoord stapte naar de rechter, omdat het hem op 1 juli in de Intertoto tegen Straatsburg wilde opstellen, maar verloor het kort geding. Wie Samardžić toch liet spelen, riskeerde een dwangsom van 50.000 gulden. Pas op 10 juli kwamen de twee clubs in Zeist tot een akkoord. Samardžić debuteerde op 13 augustus 1967 bij Xerxes/DHC ’66 (0-3) en speelde twee seizoenen voor Feyenoord.
Uit Wenen, Zagreb en Kopenhagen

Daarna werd een buitenlander in het elftal steeds gewoner. In juni 1969 kwam de Oostenrijkse international Franz Hasil over van Schalke ’04. Hij debuteerde op 10 augustus 1969 bij Telstar (1-3) en won een jaar later met Feyenoord de Europa Cup I en de wereldbeker. In december 1971 volgde de Hongaar Attila Ladinsky, die al in zijn eerste weken in een oefenwedstrijd tegen Haarlem zijn kaak brak.

Twee aankopen kwamen uit de eigen stad. De Deen Jørgen Kristensen speelde jarenlang voor Sparta en werd in 1972 de opvolger van Coen Moulijn. Hij woonde inmiddels zo lang in Nederland dat de KNVB hem niet meer als buitenlander beschouwde. In 1974 haalde Feyenoord ook de Oostenrijker Willy Kreuz weg bij Sparta, voor een bedrag van rond een miljoen gulden. Tussendoor kwam in december 1973 de Joegoslavische verdediger Mladen Ramljak over van Dinamo Zagreb. Hij moest eerst nog een uitreisvergunning van de Joegoslavische autoriteiten hebben, en mocht van zijn oude club pas komen na de stadsderby tegen NK Zagreb.
Wie nu naar de selectie van Feyenoord kijkt, ziet spelers uit alle delen van de wereld. Het begon in 1965 met een Zweed die in Zürich op de bank zat en in Rotterdam eindelijk weer mocht voetballen.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.
Lees verder in de geschiedenis
- Hoofdstuk 6 · 1959–1969Gouden jaren zestigDe opbouw van een ploeg die de nationale top en Europa zou veroveren.
- Hoofdstuk 7 · 1969–1970De Europa Cup IDe eerste Europa Cup I-winst door een Nederlandse club.
- Hoofdstuk 8 · 1970–1973Wereldbeker en landskampioenschapDe wereldbeker, nieuwe landstitels en een gouden generatie.
- Hoofdstuk 9 · 1973–1974De eerste UEFA CupFeyenoord wint de UEFA Cup en wordt opnieuw landskampioen.
- Hoofdstuk 10 · 1974–1979VervalEen lastige sportieve periode na de Europese topjaren.