Op 28 december 1930 speelde Feijenoord in de competitie thuis tegen stadgenoot Sparta, en het werd 1-1. Na een kwartier speelde Burg de bal op het juiste moment door naar Groenendijk, die onhoudbaar inschoot (1-0). Sparta was in de aanval minstens zo gevaarlijk. Na een halfuur gaf Voormolen een goede voorzet; Formenoy kwam met een Feijenoorder ten val, maar werkte de bal toch nog in het doel (1-1). Kort daarna voorkwam doelman Van Male met tijdig uitlopen een tweede doelpunt.
Na rust kregen beide Paauwes een trap, maar ze speelden door. Feijenoord kwam sterker opzetten: Sparta-doelman Cohen tikte een schot van Hendriks en later een kopbal van Barendregt nog net tot hoekschop. Een kwartier voor tijd moest Paauwe jr. toch het veld verlaten; Van Oyen nam zijn plaats in. Het Volk was vooral vol lof over de Feijenoord-middenlinie met Van Heel en de twee Paauwes, ‘dit was werkelijk voetbal’, maar de voorhoede was voor het doel de kluts kwijt tegen de sterke Sparta-verdediging.
Bron: eigen verslag op basis van De Tijd en Het Volk van 29 december 1930 (Delpher).

