Op woensdagavond 5 juni 1929 verloor Feijenoord in de kampioenscompetitie aan de Kromme Zandweg met 0-1 van Sparta. Het terrein was tjokvol. Door verkeersopstoppingen in Rotterdam begon scheidsrechter Mutters tien minuten later dan gepland, en minister Kan kwam pas na tien minuten binnen. Bij Sparta speelde Kramer in plaats van Wendt, die geen verlof kreeg van het leger. Bij Feijenoord waren Van Heel en Bul sr. terug na hun blessures. Het was een spannende strijd met kansen aan beide kanten. Dekker en Cohen werden allebei op de proef gesteld, en Van Dijke werkte een bal van de doellijn. Twintig minuten na rust liet Feijenoord-doelman Dekker een kopbal van Formenoij over zich heen in het doel rollen: 0-1. In de laatste minuut schoot Verbeek rakelings naast. Het laatste kwartier was door de invallende duisternis moeilijk te volgen. Sparta nam zo revanche voor de nederlaag op eigen veld, en de kampioenskansen van Feijenoord namen sterk af.
Bron: eigen verslag op basis van Het Vaderland en Het Huisgezin van 6 juni 1929 (Delpher).

