Op 23 november 1930 won Feijenoord in de competitie met 0-5 bij HVV in Den Haag. Het spel van de Hagenaars stelde bitter teleur: er zat geen systeem in en de voorhoede treuzelde voor het doel, zodat Bul en Weber steeds konden opruimen. Feijenoord gaf in plaatsen, samenspel en het benutten van kansen een lesje; doelman Van der Male had weinig te doen. Volgens Voorwaarts verdiende vooral spil B. Paauwe lof, zowel verdedigend als aanvallend; ook zijn broer en Van Heel speelden goed, en Barendregt had zijn vorm teruggevonden.
Bron: eigen verslag op basis van Voorwaarts van 24 november 1930 (Delpher).
