Op 14 april 1929 won kampioen Feijenoord aan de Kromme Zandweg met 4-2 van Excelsior, in een wedstrijd waarin weinig op het spel stond. Bij Feijenoord ontbraken Sinke, Pijl en Verbeek; De Greef, Staal en Wessels vielen in. Feijenoord speelde eerst met de wind mee. Barendregt kopte een voorzet van Wessels binnen: 1-0. Daarna kwam v.d. Ende van Excelsior alleen voor doelman Dekker en schoot onhoudbaar de gelijkmaker binnen: 1-1. Na een nieuwe voorzet van Wessels werkte Staal de bal vallend via de paal over de lijn: 2-1. Kort voor rust kopte Barendregt een voorzet van De Greef binnen: 3-1. Kort na de hervatting schoot v.d. Ende opnieuw op het Feijenoord-doel, en Van Dijke deed de bal van richting veranderen: 3-2. Daarna was Excelsior uitgespeeld, en Excelsior-verdediger Van Rijssel trapte de bal in eigen doel: 4-2. Daarna gaf scheidsrechter prof. Snapper Excelsior een strafschop voor een overtreding van Van Dijke, maar Dekker stopte het tamme schot van Excelsior-aanvoerder Grobbe. Na een woordenwisseling met zijn medespeler Huisman verliet Grobbe het veld. Een doelpunt van Staal werd nog wegens buitenspel afgekeurd.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode, het Rotterdamsch Nieuwsblad en de Nieuwe Haarlemsche Courant van 15 april 1929 (Delpher).

