Op 3 april 1926 speelde Feijenoord in Rotterdam de beslissende wedstrijd om het kampioenschap van de westelijke afdeling II tegen Excelsior. Volgens Het Volk speelde Feijenoord voor een uitverkocht huis van 12.000 toeschouwers; De Avondpost hield het op enkele duizenden. Excelsior won met 1-2, maar dat was niet genoeg: Feijenoord werd toch kampioen. Na ongeveer een half uur kopte Barendregt een hoekschop van Petterson binnen: 1-0. Een minuut later trapte Grobbe de bal ver naar voren. Notenboom kon er niet bij, doelman Klop sprong over de bal heen, en Bak schoot kalm in het lege doel: 1-1. Weer een minuut later hield Klop een vrije trap van Bak, maar hij werkte de bal niet weg, en Manssen schoot raak: 1-2. Er vielen dus drie doelpunten in drie minuten. Daarna had Excelsior het beste van het spel. Na rust werd Feijenoord sterker, maar Excelsior-doelman Van den Bergen keerde de schoten. In de laatste minuut kreeg Excelsior een strafschop voor hands. Manssen schoot tegen de paal en werkte de terugspringende bal alsnog in het doel, maar dat doelpunt telde niet.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode, De Avondpost en het Algemeen Handelsblad van 4 april 1926 en Het Volk van 6 april 1926 (Delpher).

