Op 31 januari 1926 won Feijenoord bij Excelsior met 2-3. Het Kralingsche Sportpark was overvol, en scheidsrechter was Van Gessel. Na tien minuten zette Pijl Feijenoord op voorsprong, nadat Bul het spel fraai had geopend: 0-1. Een minuut later schoot Bak een voorzet van Manssen in de doelhoek: 1-1. Feijenoord speelde tactisch en technisch beter. Na een half uur kopte Koonings een voorzet van Verbeek over de uitgelopen doelman Van den Bergen: 1-2. Een doelpunt van Bak werd wegens buitenspel afgekeurd. Vijf minuten voor rust wilde Van Heel Manssen afhouden, maar hij struikelde over de bal, die bij de uitgelopen Klop in het lege doel rolde: 2-2. Na rust werd ook een kopbal van Koonings wegens buitenspel afgekeurd, en de Excelsior-verdediging, met vooral Van Rijssel, hield lang stand. Vijf minuten voor het einde speelde Pijl Petterson vrij, die kalm voorzette, en Koonings schoot de winnende treffer binnen: 2-3.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode en de Nieuwe Haarlemsche Courant van 1 februari 1926 (Delpher).

