Vier dagen na de 2-4-nederlaag in Rotterdam nam Feijenoord in de kampioenscompetitie van 1932 revanche in het Amsterdamse Stadion. Bij een sterke wind over de lengte van het veld speelde Feijenoord in groene shirts. De Rotterdammers waren vooral in de eerste helft superieur, met een middenlinie van Van Ooyen en de gebroeders Bas en Jaap Paauwe, die volgens de Volkskrant 'voetbal van een zeer hooge klasse' speelden. Van Reenen, de schutter van Ajax, kwam er nauwelijks aan te pas.
Na twintig minuten bracht Burg de bal op, Barendregt gaf een snelle pass, en Groenendijk benutte die direct (0-1). In de tweede helft kwam Ajax beter in de wedstrijd, en na ruim een uur zette Volkers ongehinderd voor. Van Male aarzelde te lang, en Mulders maakte gelijk (1-1).
Toen kwam er onverwacht een wending: Van Heijzen rende langs de lijn en schoot van grote afstand, misschien als voorzet bedoeld. De wind droeg de bal naar de bovenhoek, en doelman De Boer kon hem niet vasthouden (1-2). Honderden Rotterdammers dansten op de tribune. Daarna was het pleit beslecht, en Feijenoord won uiteindelijk met 1-3.
Door deze zege kwam er weer volop spanning in de strijd om het kampioenschap: Ajax had nog maar één punt voorsprong.
Bron: eigen verslag op basis van de Volkskrant, het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad en het Westfriesch Dagblad van 6 mei 1932 (Delpher).

