Feijenoord kwam in oktober 1933 als favoriet naar Amsterdam. Het had zijn eerste competitieduels gewonnen met een doelsaldo van 9-1 en ook de Zilveren Bal gewonnen. Het Ajax-veld was twee dagen van tevoren al uitverkocht, en zo'n 13.000 toeschouwers zagen een historische uitslag. Ajax miste Van Reenen, Schubert en Van de Puttelaar, Feijenoord de geblesseerde Duijnhouwer, voor wie Groenendijk inviel.
Ajax speelde met een razendsnel tempo en open spel. De zware Feijenoord-backs Bul en Van Dijke kwamen op het gladde veld niet aan de bal, en ook de befaamde Rotterdamse middenlinie moest het afleggen tegen Anderiesen en de zijnen. Na zes minuten opende aanvoerder Volkers de score met een laag schot, en met rust stond het verdiend 3-0.
Na rust scoorde Vrauwdeunt tegen, maar daarna doelpuntte Ajax er lustig op los. De invallers Oudendijk (vier keer) en Van Wijngaarden (twee keer) maakten samen zes van de zeven goals: 7-1.
Wie de uitslag via de radio hoorde, dacht volgens de Arnhemsche Courant aan een vergissing: zou het niet 1-1 moeten zijn? De Volkskrant sprak van een nederlaag 'zooals Feijenoord in jaren niet heeft geboekt'.
Bron: eigen verslag op basis van de Arnhemsche Courant en de Volkskrant van 9 oktober 1933 (Delpher).

