In de kampioenscompetitie van 1928 won Feijenoord op Eerste Paasdag aan de Kromme Zandweg met 1-0 van Ajax. Er ontwikkelde zich een enthousiaste strijd. Van Dijke redde twee keer fraai met het hoofd. Feijenoord domineerde daarna, maar Ajax-doelman De Boer stopte schoten van Pijl en kopballen van Koonings in een vorm die volgens de Arnhemsche Courant 'de reservekeeper van het Nederlands elftal' waardig was.
Het verschil zat in de voorhoedes. Feijenoord had een zeer actieve aanval, terwijl bij Ajax alles van Van der Meer moest komen, en die durfde de fors spelende Bul sr. en Van Dijke nauwelijks te naderen. Na rust bleef Feijenoord in de aanval, en Barendregt maakte het enige doelpunt. De Boer kreeg na afloop een ovatie van het sportieve Rotterdamse publiek.
Een dag later won Feijenoord ook in Amsterdam, met 0-3, en een maand later was het landskampioen.
Bron: eigen verslag op basis van het Rotterdamsch Nieuwsblad en de Arnhemsche Courant van 10 april 1928 (Delpher).

