Op een warme zondag in juni, waarop volgens de kranten het water en de tennisbanen veel Rotterdammers trokken, speelden Feijenoord en Excelsior op het terrein van Sparta de eindstrijd om de KNVB-beker: een finale tussen twee clubs uit dezelfde stad. Ruim tienduizend toeschouwers kwamen toch op de stadsderby af.
Excelsior begon het felst en profiteerde in de openingsfase van wat onzuiver spel van back Van Dijke, maar gaandeweg nam Feijenoord het initiatief. Barendregt dwong Excelsior-doelman Brend met een hard schot tot een redding en liet kort daarna twee goede kansen liggen; ook een reeks hoekschoppen leverde niets op. Tien minuten voor rust was het alsnog raak: Barendregt zette Feijenoord op een verdiende 1-0.
Na de pauze kwam Excelsior sterk terug via de vleugels, maar het binnentrio kon niet door de hechte Feijenoord-verdediging. Aan de andere kant gaf Hendriks enkele fraaie voorzetten en schoot Groenendijk op de lat. Bij Excelsior raakte Van der Ende geblesseerd. In het laatste kwartier zette de ploeg van het Toepad alles op alles en werd het nog spannend, maar de Feijenoord-defensie hield stand.
Daarmee won Feijenoord voor het eerst de KNVB-beker. Na afloop overhandigde KNVB-voorzitter ir. Kips de beker aan de aanvoerder van Feijenoord en herinnerde hij eraan dat er al sinds het seizoen 1897/98 om de beker werd gespeeld.
Bron: eigen verslag op basis van het Rotterdamsch Nieuwsblad en Voorwaarts van 16 juni 1930 (Delpher).


