Op 27 april 1930 versloeg Feijenoord in de tweede ronde van de KNVB Beker het Zeeuwse Vlissingen, uitkomend in de zuidelijke tweede klasse, met 13-1. Toch kwamen de bezoekers eerst op voorsprong: na vijf minuten schoot Kokelaar hard raak langs doelman Van der Male. Drie minuten later maakte Van Heel gelijk, en daarna was er nog maar één ploeg op het veld.
Groenendijk scoorde zes keer, Barendregt vier keer, Van Heel nog een tweede keer en Burg één keer. Burg had daar wel drie pogingen voor nodig: twee keer keerde de Vlissingse doelman zijn schot, pas de derde keer was het raak. Bij rust stond het al 8-1. De verslaggever van Voorwaarts was niet over alles te spreken: sommige Feijenoorders, onder wie Paauwe jr., hielden de bal onnodig lang vast om de tegenstander belachelijk te maken, wat hij ‘wel wat arrogant’ vond. Rixoort viel in voor Paauwe sr.
Bron: eigen verslag op basis van Voorwaarts van 28 april 1930 (Delpher).

