Feijenoord ging in maart 1968 in het Olympisch Stadion met een verdedigende opzet de wedstrijd in. Trainer Ben Peeters liet zelfs Moulijn naar achteren zakken. In de zesde minuut had Samardžić een kopkans uit een voorzet van Geels. Daarna drukte Ajax Feijenoord tegen de muur, maar met doelman Pieters Graafland, Israël als schaduw van Cruijff, en Kraay als organisator hield de verdediging lang stand. Bij Ajax raakte Keizer aan het hoofd gewond. Na rust bracht trainer Michels Ruud Suurendonk in, door Trouw zijn 'geheime wapen' genoemd. Bij Feijenoord kwam Libregts voor Israël.
Vijf minuten na rust schoot Samardžić verrassend tegen de paal, de enige echte kans voor Feijenoord. In de 21e minuut na rust maakte Romeijn een overtreding op Cruijff. Muller nam de vrije trap, de bal raakte via Cruijff de Feijenoord-muur, sprong naar Suurendonk, en de invaller schoot beheerst in (1-0).
Feijenoord probeerde daarna aan te vallen, maar volgens de Leeuwarder Courant kwam het niet verder dan eenzijdige lange ballen. Het bolwerk dat Vasović meesterlijk organiseerde kwam het niet voorbij. Pieters Graafland wierp zich nog voor de voeten van de doorgebroken Cruijff. Trainer Peeters vond na afloop dat zijn ploeg niet was weggespeeld, en dat was in Amsterdam lange tijd wel anders geweest.
Bron: eigen verslag op basis van de Leeuwarder Courant, het Algemeen Dagblad, het Rotterdamsch Parool en Trouw van 11 maart 1968 (Delpher).








