In de KNVB-beker trof Feijenoord in april 1967 landskampioen Ajax in De Meer. Ajax had een onstuitbare voorhoede, die voortdurend verwarring zaaide. Na tien minuten zette Groot na een misser van Van der Vall scherp voor, en Haak en Nuninga stormden allebei op de bal af. De Rotterdammer werkte hem in eigen doel. 'Ik was een beetje te laat', zei Haak later, 'maar anders had Nuninga hem er toch ingelegd.'
De terugkerende Israël ontregelde met harde acties nu en dan de sprankelende combinaties van Ajax, maar Pieters Graafland moest veel werk verrichten en Jacobs kopte twee keer een bal van de lijn. Toch liep Ajax voor rust uit naar 3-0, en het was volgens De nieuwe Limburger alleen aan het uitstekende werk van Pieters Graafland te danken dat het daarbij bleef.
Na rust speelde Ajax, met een interland tegen Oost-Duitsland in het vooruitzicht, met veel minder inzet. Feijenoord scoorde nog uit een strafschop (3-1), maar de hartstocht van het begin keerde bij Ajax niet terug. Moulijn was de enige Feijenoorder die gevaar bracht. Feijenoord lag uit het bekertoernooi.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad en De nieuwe Limburger van 3 april 1967 (Delpher).



