Hoofdstuk 5 · De magere jaren · 1953

De watersnood van 1953

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 brak het water door de dijken. Feijenoord bleef gespaard, maar het voetbal stond stil, en in het stadion werd gespeeld voor het Rampenfonds.

De rampnacht

Aanvoerder Abe Lenstra stelt de spelers voor aan prins Bernhard, voorzitter van het Nationaal Rampenfonds, voor Nederland – Denemarken in het Feijenoord-stadion, 7 maart 1953. Foto: Van Duinen / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)
Aanvoerder Abe Lenstra stelt de spelers voor aan prins Bernhard, voorzitter van het Nationaal Rampenfonds, voor Nederland – Denemarken in het Feijenoord-stadion, 7 maart 1953. Foto: Van Duinen / Anefo, Nationaal Archief (CC0, via Wikimedia Commons)

In de nacht van zaterdag 31 januari op zondag 1 februari 1953 stormde het zwaar. Dat er die nacht in Zeeland, op de Zuid-Hollandse eilanden en in West-Brabant dijken bezweken, drong pas in de loop van de zondag door. ‘Elke dag liep het aantal slachtoffers op,’ schreef het clubblad De Feijenoorder een paar weken later. Uiteindelijk kwamen ruim achttienhonderd mensen om het leven.

Ook delen van Rotterdam-Zuid liepen onder water, maar de buurt rond Feijenoord bleef droog. ‘Laten wij beseffen, dat wij, ook al kwam het water dichtbij, voor de zware ramp werden behoed,’ schreef de redactie. Ook de Rotterdammers op de rechteroever waren gespaard gebleven, omdat de dijk langs de Hollandse IJssel had gehouden. Het clubblad zelf verscheen een week te laat: de drukkerij van Borghouts had ook last van het water gehad.

Het voetbal staat stil

De thuiswedstrijd tegen Eindhoven, die op 1 februari op het programma stond, ging niet door. Zo’n drie weken lang lag de competitie stil, eerst door de ramp en daarna door het winterweer. Op 22 februari werd er weer gevoetbald; de uitgestelde wedstrijd tegen Eindhoven ging met 1-3 verloren.

In hetzelfde februarinummer stond een stuk dat de stemming van die weken goed weergeeft. De schrijver keek uit over het water op de eilanden en zag aan de horizon ‘een paar doelpalen met bovenlatten nauwelijks 30 à 40 cm boven het water uitsteken’, met meeuwen die van lat naar lat vlogen. Hij was ervan overtuigd dat de dorpsclubs daar na verloop van tijd zouden terugkeren, al zouden ze het ‘vermoedelijk niet zonder hulp van buiten af’ kunnen.

Feijenoord – Heerenveen voor het Rampenfonds

Die hulp kwam er. Op zondag 15 februari speelde Feijenoord in het eigen stadion een vriendschappelijke wedstrijd tegen Heerenveen, waarvan de hele opbrengst naar het Nationaal Rampenfonds ging. Het stadion werd gratis ter beschikking gesteld en Heerenveen betaalde zelf zijn reiskosten. Leden, donateurs en bondsfunctionarissen moesten deze keer gewoon een kaartje kopen.

Ondanks de kou en de sneeuw kwamen er 15.000 mensen. Ze zagen hoe Abe Lenstra twee keer op zijn eigen manier door de Rotterdamse verdediging liep, maar Feijenoord won met 4-2, met twee doelpunten van Leen van de Velde en twee van Hans van der Hoek. Volgens het clubblad bracht de recette zo’n 7.500 gulden op. Feijenoord legde daar nog 2.500 gulden uit de clubkas bij, en ook Heerenveen deed nog een bijdrage.

Een interland voor twee ton

Drie weken later stond het Feijenoord-stadion opnieuw in het teken van de ramp. De Deense voetbalbond had aangeboden om met het nationale elftal te komen spelen ten bate van de slachtoffers, en zo werd op zaterdag 7 maart een extra interland gespeeld: Nederland tegen Denemarken. De KNVB en het stadion droegen alle kosten, er werden geen vrijkaarten verstrekt en de gemeente zag af van de vermakelijkheidsbelasting.

Het bereiken van het stadion was nog een hele toer. Door de overstromingen waren vrijwel alle aanvoerwegen vanuit het zuiden afgesloten, en al het verkeer moest via de Maastunnel en de Willemsbrug. Het publiek werd dringend gevraagd de tram te nemen en op tijd te komen. Toch zaten er zo’n 65.000 mensen in het stadion. Nederland verloor met 1-2, maar de wedstrijd bracht twee ton op. In de rust kreeg prins Bernhard, als voorzitter van het Rampenfonds, in de bestuurskamer van het stadion de cheque uitgereikt.

Vijf dagen later speelde in Parijs een elftal van Nederlandse beroepsspelers, die in eigen land niet voor Oranje mochten uitkomen, voor hetzelfde doel tegen het Franse nationale elftal, en won met 2-1. Die wedstrijd droeg ertoe bij dat het betaald voetbal een jaar later ook in Nederland zijn intrede deed. Hoe dat bij Feijenoord ging, lees je in De komst van het betaald voetbal.

Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.

Het grotere verhaal

Lees verder in de geschiedenis

BeeldarchiefFoto’s