De komst van het betaald voetbal
Een wilde bond, rechtszaken om spelers en velden, en een vrede die per radio werd aangekondigd: hoe het Nederlandse voetbal in 1954 professioneel werd, en hoe Feijenoord dat beleefde.

Tot 1954 was voetbal in Nederland officieel een amateursport. Wie goed was en geld wilde verdienen, vertrok naar het buitenland, en de KNVB wilde van betaald voetbal niets weten. Daarom richtten een paar ondernemers buiten de bond om een eigen organisatie op: de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB), formeel opgericht op 29 januari 1954. In de loop van dat voorjaar en de zomer ontstonden profclubs als Fortuna ’54, Alkmaar ’54, BVC Amsterdam en ook een Rotterdamse profclub, die spelers wegkochten bij de amateurverenigingen.
Een zomer vol onrust
Het clubblad De Feijenoorder volgde het met zichtbare verbazing. In augustus 1954 schreef het dat er avond na avond in de kranten werd geschreven over ‘het beroeps-, semi-beroeps- en premievoetbal’, en dat je dagelijks namen las van spelers die ‘getekend hebben of zullen tekenen’. Diezelfde maand kondigde de KNVB aan dat het zijn amateurprincipes overboord zou zetten: per 1 september mocht er ook in de hoogste afdeling worden betaald. Het clubblad zag het als een ‘revolutie’ die niet meer te stuiten was, en hoopte vooral dat het spelpeil erdoor zou stijgen.
Ondertussen werd er hard gestreden om spelers en velden. In september schreef het clubblad over een beroepsbond die ‘rustig doorgaat met het kopen van spelers en het huren van voetbalvelden’. In oktober deed de rechter uitspraak in de zaak tussen de Rotterdamse club Hermes en de profclub Rotterdam, die op het terrein van Hermes wilde spelen: ‘een contract blijft een contract’. En in november merkte het blad op dat de hele eerste klasse inmiddels op getekende contracten speelde.
De vrede van november 1954
De twee bonden kwamen er uiteindelijk samen uit. Op 7 november 1954 werd een akkoord bereikt, en op 25 november werd de fusie getekend. ‘Om 8 uur ging via de radio het grote nieuws de lucht in. De vrede is in Utrecht getekend!’, noteerde de kroniekschrijver van het clubblad. De competities die in september waren begonnen, werden stilgelegd, en op 28 november begon een nieuwe, gezamenlijke competitie. Zes van de tien NBVB-clubs verdwenen daarbij, onder wie de Rotterdamse profclub.
Voor Feijenoord bracht het eerste profseizoen geen succes: de ploeg eindigde in 1954/55 als zevende. Het clubblad had het al voorspeld. De achterstand op het buitenland was in twintig jaar opgebouwd, en ‘wie nu echter denkt binnen korte tijd opmerkelijke resultaten te zien, kon wel eens bedrogen uitkomen’.
Op weg naar de Eredivisie
Na twee seizoenen met hoofdklassen werd in 1956 de Eredivisie opgericht, met één landelijke competitie voor de beste clubs. Feijenoord speelde zijn eerste Eredivisiewedstrijd op 2 september 1956 bij Willem II (3-3) en won drie weken later in Enschede met 2-3 van de ploeg van Abe Lenstra. De echte oogst kwam iets later. Met spelers als Coen Moulijn, Cor van der Gijp en Rinus Bennaars groeide er een ploeg die in 1961 de eerste landstitel in het betaald voetbal binnenhaalde. Daarover vertelt het hoofdstuk Gouden jaren zestig.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.