Op zondag 3 september 1950 opende Vitesse zijn nieuwe stadion naast het oude terrein Monnikenhuizen in Arnhem. Eigenlijk zou Blauw-Wit de tegenstander zijn, maar die club zegde af na een conflict tussen het bestuur en tien geschorste spelers van het eerste elftal, en Feijenoord nam de plaats in. Voor de aftrap liep oud-doelman Just Göbel met het Vitesse-vaandel het veld op, vormde de Vitesse-jeugd met tachtig jongens de naam van de club op het gras en droeg burgemeester Matser het stadion aan Vitesse over. Feijenoord bood een bloemenhulde in rood en wit aan, en de burgemeester verrichtte de aftrap.
Feijenoord miste de drie internationals die beroepsvoetballer waren geworden, De Vroet, Steenbergen en Brandes, en speelde volgens de kranten technisch aardig maar zonder pit. Na een tiental minuten benutte Faber een strafschop voor Vitesse. Van de Korput liet kort daarna een open kans liggen, maar na een kwartier maakte midvoor Aad van Hoek gelijk: 1-1 bij rust. Na de pauze nam Vitesse het initiatief over. Na negentien minuten stopte Henk van der Bijl een hard schot van Epie Jansen, maar Jansen schoot de terugspringende bal alsnog binnen. Van der Bijl, de beste man van Feijenoord, voorkwam met een paar knappe reddingen een grotere nederlaag, en Vitesse won verdiend met 2-1.
Bron: eigen verslag op basis van het Nijmeegsch Dagblad en de Arnhemsche Courant van 4 september 1950 (Delpher).

