Op tweede paasdag 1965 kon Feijenoord in het Olympisch Stadion kampioen worden, voor 49.000 toeschouwers. Ajax, dat de 9-4-nederlaag in Rotterdam nog in het geheugen had, hield zijn verdediging goed gesloten. Feijenoord moest het stellen zonder Moulijn, die met zijn linkervoet in het gips op de tribune zat. Bergholtz probeerde zijn afwezigheid op te vangen met veel activiteit. Bij Ajax was Piet Keizer, vooral voor rust, op zijn best. Hij gaf Siem Tijm een prachtige kans, maar Tijm had te veel tijd nodig voor zijn schot. Swart speelde zijn vierhonderdste wedstrijd in het eerste van Ajax.
In de 21e minuut na rust slaagde Feijenoord in een combinatie 'volgens het schoolbord'. Bergholtz tikte de bal naar Venneker, die de doorgelopen Henk Groot bediende, en Groot passeerde Hoogerman (0-1). De Rotterdamse supporters begonnen al te zingen, maar zes minuten later joeg Swart de bal tegen de lat, via het hoofd van Haak. Pieters Graafland was de bal even kwijt, en Swart kopte hem binnen (1-1).
Tien minuten voor tijd had Bouwmeester het kampioenschap nog kunnen beslissen, maar Hoogerman stompte zijn verre schot uit de hoek. Volgens Het Parool was Feijenoord iets completer en leidde scheidsrechter Schalks de wedstrijd strak. Het feest werd een week uitgesteld.
Bron: eigen verslag op basis van Het Parool, het Algemeen Dagblad en het Rotterdamsch Parool van 20 april 1965 (Delpher).






