Op 11 april 1926 verloor Feijenoord in de kampioenscompetitie met 4-1 bij Enschede, onder zeer grote belangstelling en onder leiding van scheidsrechter Van den Ende. Feijenoord had invallers voor Van Heel en Barendregt. Enschede was direct in de meerderheid, en een kopbal van Adriaan Koonings belandde tegen de lat. Na twintig minuten schoot Wevers langs de uitlopende doelman (1-0), en toen Klop een schot van Wevers onvoldoende stopte, schoot De Boer de terugspringende bal binnen (2-0). Van Dijke schoot een strafschop in de handen van doelman De Wit. Na rust liet Klop een vrije trap vallen en Nagels scoorde (3-0); binnen een minuut benutte De Boer een scherpe voorzet van Nagels (4-0). Borremans moest geblesseerd uitvallen, en Jan Petterson redde de eer.
Bron: eigen verslag op basis van De Avondpost van 12 april 1926 (Delpher).

